Waterloo: Napoleons Overwinning

Leestijd: 7 minuten

Ten tijde van de slag in 1815 was Waterloo niet meer dan een paar huisjes aan een geplaveide weg. Tegenwoordig is het Belgische plaatsje een waar Napoleon-herdenkingsoord. Toch verloor hij de door ABBA bezongen slag van de Britse strateeg Wellington. Over oorlog en hoe de tijd van een verliezer een winnaar kan maken.

We staan na een moeizame klim van 226 treden op de top van een gigantische heuvel die het slagveld van Waterloo domineert. Hevige rukwinden slaan hard tegen de enorme gietijzeren leeuw die op de top staat. Bij mooi weer kun je vanaf het monument het hele slagveld overzien, maar vandaag is het mistig.

Onze Belgische gids, Jean Edenberg (dikke buik, Vlaams accent), moet schreeuwen om zich enigszins verstaanbaar te maken temidden van dit natuurgeweld. Desalniettemin lijkt hem dit de ideale locatie voor een uitgebreide geschiedenisles.

‘Awel, het is 1815 en Napoleon Bonaparte, keizer van Frankrijk, wordt door zijn eigen vertrouwelingen verraden en naar Elba gestuurd, een suf eilandje voor de Franse kust. Napoleon verveelt zich er dood en besluit een comeback te maken.

Terug in Parijs merkt hij al gauw dat de rest van gezaghebbend Europa hem niet meer wil. Om te voorkomen dat zijn Frankrijk ingenomen wordt door een Europese coalitie, besluit Bonaparte een preventieve oorlog te voeren.’ Jean onderbreekt zijn verhaal om uitvoerig zijn neus te snuiten.

‘En dat was dus hier. Napoleon aan de ene kant, de Brit Wellington aan de andere. De slag bij Waterloo zou de toekomst van Europa  bepalen en het einde betekenen van Napoleon’s unieke carrière als dictator. Eentje waar meneer Hoessein nog een puntje aan kan zuigen.’ 

De ijzeren leeuw  is overigens opgericht door Nederland voor het aandeel dat de prins van Oranje tijdens de slag leverde. Hij streed mee aan Wellingtons zijde, maar bakte er bar weinig van. Door zijn onervarenheid joeg hij zijn mannen nodeloos de dood in. Zelf viel hij flauw en verliet hij het slagveld per brancard. Geen ijzeren leeuw waardig, is onze mening.

We zijn compleet uitgewaaid wanneer Jean klaar is met zijn relaas en volgen hem gedwee naar beneden als een stel schoolkinderen op excursie.

Napoleon op zijne blanke merrie Desiree

In het panorama ernaast komen we enigszins bij. De schildering lijkt slecht onderhouden, maar toch krijgen we een beeld van hoe bloederig de strijd geweest is. Een geluidsbandje vol kanonschoten, paardengehinnik en soldatengeschreeuw moet de levensechtheid van de voorstelling kracht bij zetten.

‘En zie daar!’ roept Jean enthousiast, ‘da’s dus Napoleon op zijne blanke merrie Desiree!’ Met grote moeite ontwaren we tussen de vochtplekken op het verweerde doek een verfvlekje wat de beruchte veldheer moet voorstellen. Als antwoord op onze verbaasde blikken voegt Jean toe: ‘Alé, ze noemden hem niet voor niets le petit corporal.’

Volgende stop op onze Waterloo-toer is Napoleon’s laatste hoofdkwartier, een roze met witte boerderij, Le Caillou genaamd . Het gebouw lijkt in tweehonderd jaar weinig veranderd. 

Tegenwoordig is het een museum volgepropt met geweren, prenten en een replica van Napoleons bed. ‘Hier sliep het manneke dus de avond voor den slag,’ verhaalt Jean terwijl we het veldbedje van alle kanten bekijken. ‘Goed heeft hij die nacht niet geslapen hoor, hij stond drie keer op. Het regende pijpenstelen en dat maakte hem onrustig.’

Napoleon was in zijn strategie namelijk zeer afhankelijk van zijn kanonnen. Op een natte ondergrond zouden de kogels niet stuiteren en daarmee hun doel niet raken.

Maar de volgende morgen scheen de zon en was Napoleon ervan overtuigd dat hij de klus wel even zou klaren. ‘Wij hebben negentig kansen in ons voordeel en nog geen tien tegen ons,’ zei hij tijdens het ontbijt tegen zijn generaals.

Hij had inderdaad een voorsprong. Terwijl hij onrustig in zijn bedje lag te woelen en zijn hersenen pijnigde over de juiste strategie, stond Lord Wellington met zijn makker de prins van Oranje te partyen op een bal in Brussel. De meeste officieren kwamen dan ook de volgende dag op het slagveld aanzetten in hun balkostuum.

‘Het ziet er niet zo best uit,’ zei de koele Wellington tegen de katerige Hollandse troonopvolger bij het zien van Napoleons troepenmacht.

Kogels  © @drbronk

Kogels  © @drbronk

Jean buigt zich over de originele stafkaarten die op een tafel onder glas liggen. ‘En dan barst de slag in alle hevigheid los. Duizenden soldaten die als zotten op elkaar beginnen in te hakken terwijl de kanonballen over hen heen schieten.’

Hij pakt een sabel van de muur en begint er hevig mee te zwaaien om zijn woorden kracht bij te zetten.

‘Verstikkende kruitdampen benemen het zicht, lichaamsdelen vliegen wild in ‘t rond, metershoge bloedfonteinen spuiten uit vertrapte lichamen. Kunt gij er iets bij voorstellen?!’ We knikken terwijl we voor de zekerheid een paar pasjes naar achter doen.

Een museumsuppoost komt toch maar even poolshoogte nemen. Wanneer hij ziet dat het Jean is, verlaat hij hoofdschuddend de ruimte. Jean hijgt nog wat na, wist de zweetdruppels van zijn voorhoofd.

‘Wellington en zijn troepen houden stand’, vervolgt hij. ‘Om een doorbraak te forceren besluit Napoleon zijn ‘Garde’ in te zetten, de meest  gevreesde elitetroepen ter wereld. Maar dan gebeurt het onmogelijke, er breekt paniek uit. ‘Er zijn er teveel! La Garde recule, sauve qui peut!’ wordt er geroepen en de gevaarlijke reuzen trekken zich terug.’

‘En dat is het einde,’ verzucht Jean terwijl het sabel weer terughangt. ‘Napoleon moet vluchten. Het slagveld is bedekt met 40.000 soldaten en 10.000 paarden, die zwaargewond liggen te wachten op de dood. Het blijft tot op de dag van vandaag een mysterie waarom Napoleon verloor.’

Totaal onder de indruk van het verhaal van de slag bij Waterloo (en van onze gids) gaan we op souvenirjacht in Waterloo-centrum. Napoleon mag dan wel de grote verliezer zijn, het aanbod in gadgets doet anders vermoeden. 

Bustes van de kleine man, duizenden boeken over zijn veldslagen, tinnen soldaatjes, eau de cologne, porselein met zijn profiel. Je kunt het zo gek niet bedenken of het is hier te koop. Na tweehonderd jaar is Napoleon dus toch de uiteindelijke winnaar van de door ABBA bezongen slag.

‘Het blijft een populair manneke,’ besluit Jean.

 

Zelf soldaatje spelen

 


Tien kilometer onder Brussel ligt Waterloo. Een suburb dus, en daarmee goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Het stadje zelf kent ook een welvarende industrie. 

Door onder meer grote creditcardbedrijven die hier gevestigd zijn is het stadje uitgegroeid tot het Wassenaar van België. Dit zie je terug in het luxueuze winkelaanbod en de villawijken die het oude centrum omringen.  

Museum Wellington ligt in het centrum, vijftien minuten lopen daarvandaan ligt het kleine slagveld en een kilometer verder het laatste hoofdkwartier van Napoleon. Om de zoveel tijd verzamelen zich er grote groepen volwassen mannen die in kleurige uniformen de strijd naspelen. 

Het zijn luidruchtige spektakelstukken waarbij ze proberen alles zo realistisch mogelijk weer te geven. Voor bezoekers die het rustiger aan willen doen is er een wassenbeeldenmuseum en een panorama waar je alles net zo goed kunt zien. Na zo’n dagje oorlog is het goed toeven in een van de vele uitstekende restaurants, want koken kunnen die Belgen als de beste.

Bezoekerscentrum van Waterloowww.waterloo1815.be

Bekend restaurant in stadcentrumwww.cotevert.be

Professionele tour slagveldwww.waterloobattletours.users.btopenworld.com

Hotel in Waterloo voor Napoleon liefhebbers: www.waterloo-belgium.com

 

Tekst en beeld: @drbronk & @chantalvanwees

@drbronk

David Bronkhorst  is freelance reisjournalist, fotograaf, blogger en schrijver. Hij doorkruiste de Negev woestijn op een ezel en schreef een roman over zijn beroemde circusfamilie  (Het geheim van Carré bij AtlasContact). Hij publiceerde in onder meer Sp!ts, Metro en M!CE.

Google+