Verlaine in Mons

Paul Verlaine was een zuipschuit, die het haar van zijn vrouw in de fik stak en zijn minnaar Rimbaud met een pistool door de pols schoot. Ook schreef hij prachtige gedichten in de gevangenis van Mons.

In Mons, Wallonië, staat de gevangenis waar de Franse dichter Paul Verlaine twee jaar vastzat, van 25 oktober 1873 tot 16 januari 1875. Verlaine, le poète du symbolism, was een vreemde man met een vreemd leven en tevens schrijver van bedwelmende gedichten.

Gevangenis Mons ©  David Bronkhorst

Gevangenis Mons ©  David Bronkhorst

Wat Verlaine zich later vooral herinnerde was de imposante aanblik van zijn gevangenis. Hij vond het een elegant gebouw en noemde het in zijn gevangenisherinneringen een 'toverkasteel'.

De gevangenis in Mons ziet er inderdaad uit als een kasteel. Compleet met middeleeuwse torentjes, wachthuisjes en schietgaten. Naast de ingang hangt een mozaïek ter herinnering aan zijn verblijf. De cel van Verlaine is niet bezoeken, de gevangenis is nog steeds in gebruik.

Waarom Verlaine hier vast zat? Rimbaud. De beroemde bad boy van de literatuur die op zestienjarige leeftijd Verlaine verleidde en hem zijn zwangere vrouw liet verlaten om de wijde wereld in te trekken.

Van Parijs, België, tot Londen: maandenlang leefde Verlaine samen met de jongen 'die stonk naar genie'. Buitenlandse avonturen vol absint, jenever, ruzies, vechtpartijen en literatuur. Verlaine kon niet tegen Rimbaud op en verliet hem in Londen.

Revolverschot

Op 8 juli 1873 zagen ze elkaar dan toch weer terug. Verlaine werd gek aan de gedachte dat Rimbaud hem zou kwijtraken en dacht al dagen aan zelfmoord.

De volgende avond dronk Verlaine zwaar, sloop om zes uur 's ochtends het hotel uit en kocht een revolver. Toen Rimbaud vroeg wat hij daarmee van plan was, zei Verlaine: “Het is voor jou, voor mij, voor iedereen.”

Revolver van Verlaine ©  David Bronkhorst

Revolver van Verlaine ©  David Bronkhorst

Omdat Rimbaud vastbesloten was hem te verlaten, sloot Verlaine de deur van de hotelkamer en schoot op zijn jonge minnaar. Dwars door zijn linker pols. Een tweede schot miste en raakte vloer. Verlaine liet zich op bed vallen, gaf het pistool aan Rimbaud en smeekte hem de trekker over te halen.

Acht uur 's avonds, nadat Rimbauds pols in een ziekenhuis was verbonden, liepen ze samen naar het station. Rimbaud merkte dat Verlaine steeds zijn hand in zijn jaszak had. Bij het station pakte Verlaine weer zijn wapen waarop Rimbaud een politieagent aanhield. De aanklacht: poging tot moord.

Bij het doorzoeken van Rimbauds portemonnee ontdekten de autoriteiten vreemde brieven en een homo-erotisch gedicht van Verlaine. Zeer verdacht: ‘relations immorales’.

Op 16 juli werd Verlaine aan een vernederend lichamelijk onderzoek onderworpen. Aan de staat van Verlaines geslacht en anus concludeerde men: het lichaam draagt sporen van 'regelmatige pederastie, zowel actief als passief'. Deze praktijken waren reden genoeg om het dronken geschiet serieus te nemen en Verlaine voor twee jaar de gevangenis in te gooien.

Cel nr. 252

Op 25 oktober 1873 werd Verlaine met boevenwagen naar de gevangenis van Mons gebracht. Hij kreeg een verplichte badbeurt, een groen gevangenispak en klompen aan. “Vervolgens werd ik door de barbier van de instelling overeenkomstig het reglement geschoren. Ik kan u verzekeren dat ik er uiteindelijk heel elegant en aantrekkelijk uitzag.” Zijn cel nr. 252 noemde hij een gerieflijk hok. Toch moet het voor hem een hel geweest zijn om voor het eerst sinds jaren zonder drank te moeten doen.

Na zijn wilde avonturen met Rimbaud had hij in het gevang eindelijk rust in zijn kop. Hij schreef er dan ook gigantisch veel.

Zijn beroemde gedicht Le ciel est par-dessus le toit vat samen wat er door hem heen gaat:

Er is een beetje blauw te zien
boven een dak.
Een boom is boven ‘t dak te zien,

een kruin, een tak.
In ‘t beetje hemel, dat men ziet,
een klokje luidt;
In ‘t stukje boomkruin, dat men ziet,

een vogel fluit.
Da’s al wat men van ‘t leven hoort,
het leven, dat
dof doorklinkt in dit heilloos oord
vanuit de stad.

Hoe, zeg me, raakte je in dit net
verstrikt, en treurt
en treurt? Wát, zeg me, is er met
je jeugd gebeurd?
— Le ciel est par-dessus, Paul Verlaine

Het verblijf van Verlaine in de gevangenis was geen kommer en kwel: hij genoot van een voordelig gevangenisregime. Hij mocht maaltijden van buitenaf krijgen, vrij corresponderen, genieten van licht tot 22 uur en boeken ontvangen, maar geen kranten. Omdat de directeur zag dat hij brieven van de grote Victor Hugo ontving, mocht hij zelfs overdag op de vrouwenafdeling schrijven, waar het licht en warm was.

Celdeur gevangenis Mons ©  David Bronkhorst

Celdeur gevangenis Mons ©  David Bronkhorst

Het Belgische gevangenissysteem werkte volgens nieuwe ideeën: morele verbetering stond hoog in het vaandel. In de cel van Verlaine hing een crucifix. En hoewel de Christus een 'langwerpig paardenhoofd' had, moest hij er steeds naar kijken. 

De invloed van het paardenhoofd deed zich gelden, Verlaine bekeerde zich tot katholiek. Het leek erop dat hij zijn liefde voor Rimbaud projecteerde op Jezus. In de lange biecht die hij aflegde, had hij het vooral over zijn vleselijke zonden. De priester vroeg voor de zekerheid nog of Verlaine 'zich nooit met dieren had ingelaten'.

De gevangenis van Mons was getuige van de literaire opstanding van Verlaine. Met hervonden energie begon hij te werken en schreef Sagesse, een bundel religieuze gedichten.

Verlaine liep op 16 januari 1875 bekeerd zijn cel uit. Zijn geloof bleek toch niet bestand tegen Rimbaud, twee maanden later zag Verlaine hem nog één keer.

Rimbaud schreef: “Een paar dagen geleden kwam Verlaine hier, met een rozenkrans in zijn jatten... Drie uur later hadden we zijn god afgezworen en alle 98 wonden van Onze-Lieve-Heer laten bloeden.”

Ze dronken zich daarna klem en gingen aan een rivieroever met elkaar op de vuist. Het definitieve einde van hun affaire; wat overbleef is literatuur.

 

Bezoek de tentoonstelling Verlaine, cel nummer 252. Poëtische turbulenties

www.bam.mons.be

 

www.mons.2015.eu/nl

David Bronkhorst is reisjournalist, fotograaf, blogger en schrijver. Hij doorkruiste de Negev woestijn op een ezel en schreef een roman over zijn beroemde circusfamilie (Het geheim van Carré bij AtlasContact). Hij publiceert in onder meer Het Parool, Metro en Leven in Frankrijk.

Google+