Het Parijs van Henry Miller

Leestijd: 8 minuten

Met zijn debuutroman 'Kreeftskeerkring' was de Amerikaanse schrijver Henry Miller in één klap wereldberoemd. Inspiratie voor het boek deed hij op in Parijs, waar hij tussen 1931 en 1939 woonde. Ondanks geldgebrek genoot hij er hoerenlopend, zuipend en schrijvend van het leven.

Clochard  © @drbronk

Clochard  © @drbronk

Met een beetje goede wil is Parijs precies hoe Henry Miller haar ooit beleefde en beschreef; wrang en feestelijk tegelijk. Enige vereiste voor een Miller-toerist is om met zijn boek op zak de toeristenstromen te ontwijken. Dus laat Eiffel-toren, Louvre en Champs Elysees links liggen, keur de Notre Dame geen blik waardig. Vestig je blik om te beginnen op de zelfkant van de stad, op de vele clochards die de stad rijk is.

Met een halfvolle fles wijn naast zich liggen ze hun roes uit te slapen tussen de bouquinistes, de groene boekenstalletjes vol pin-ups en antieke pornokaarten aan de Seine, of ze staan langs de straten en boulevards en houden hun hand op voor een paar eurocraten. 

Parijs is vol arme lui - het trotste, het smerigste stelletje bedelaars dat ooit deze aarde bewandeld heeft, lijkt het mij. En toch wekken ze de illusie dat ze zich thuis voelen. Dit is wel het grote verschil tussen de Parijzenaar en alle andere wereldstadbewoners.
— Henry Miller

Met Miller zelf was het niet veel beter gesteld toen hij hier op veertigjarige leeftijd kwam. De eerste periode in Parijs had hij vrijwel geen geld, geen werkvergunning en geen vaste verblijfplaats. Het enige wat hij bezat was de vastbeslotenheid om het als schrijver te gaan maken en een griezelige tevredenheid over zijn armoedig lot.

Ik heb geen geld, geen middelen van bestaan, geen hoop. Ik ben de gelukkigste man ter wereld.
— Kreeftskeerking, Henry Miller

Natuurlijk leefde hij niet van lucht alleen. Soms zond zijn vrouw June hem geld vanuit New York. Vrienden die hij maakte onder mede-Amerikanen die hier ook inspiratie zochten, zorgden vaak voor maaltijden en slaapplaatsen. En zo wist Henry Miller doorgaans toch als een bohémien te leven.

Parijs is net een hoer

Het geld dat hij kreeg, bracht hij maar al te graag naar het fameuze bordeel ‘Aux Belles Poules’ (Bij de mooie kippetjes), rue Blondel 32. Je kon er terecht voor shows waar ze in zwarte netkousen en met voorbinddildo’s voordeden hoe je l’amour dans un taxi bedrijft of vrijt á l Espagnole

Nu beheert monumentenzorg het gebouw, vanwege de suggestieve Belle Epoque-mozaïeken aan de muren. Helaas mag je er nu niet meer naar binnen.

Maar rue Blondel is nog wel de enige straat van Parijs waar hoertjes hun waar op straat aanbieden. Het straatje bevindt zich nabij metrostation Reaumur Sebastopol, waar de winkels minder chic zijn en voorbijgangers bijna alleen uit Afrikanen bestaan, die met hun kleurige gewaden de Parijse straten een exotisch tintje geven.

rue Blondel  © @drbronk

rue Blondel  © @drbronk

Eerst zie je alleen gesloten winkels, maar loop stug door. Als uit het niets staan er opeens zwaar opgemaakte vrouwen van een jaar of vijftig, hun uitgelubberde borsten in leren speelpakjes gehesen. Als de fotograaf een prostituee op de foto wil zetten, vliegen ze hem vanuit alle hoeken aan.

Salaud!’ krijsen ze in koor: smeerlap! Pas als het fototoestel is opgeborgen, bedaren de dames, ze schudden met hun blonde pruiken en sissen afkeurend. Met hartkloppingen snellen we langs diverse erotica-shops terug naar een beschaafder deel van de stad.

ZELF WAS Miller ook niet zo’n held als hij in Kreeftskeerkring doet geloven. Ondanks vele beschrijvingen van bordelen en tippelende vrouwtjes schreef hij er liever over dan dat hij het werkelijk vaak deed. Dat lag niet zozeer aan geldgebrek; meer aan zijn panische angst voor geslachtsziekten.

‘Parijs is net een hoer. Vanuit de verte lijkt ze verrukkelijk, je kunt niet wachten tot je haar in je armen hebt. En vijf minuten later voel je je leeg, heb je een hekel aan jezelf. Je voelt dat je erin bent gelopen.’
— Henry Miller

Gratis genieten

Als Miller geen geld voor eten had, hing hij graag rond in Jardin du Luxembourg, nabij Quartier Latin. In dit prachtige park probeerde hij zijn honger te vergeten door gerechten op te schrijven die hij ooit wilde proeven, zoals  coquilles de cervelles au gratin of galantine de voilaille á la gelée. Soms verzamelde hij  peukjes die hij oprookte op één van de gietijzeren stoeltjes die her en der in het park staan.

Als je honger hebt, lijkt Parijs nog mooier.
— Henry Miller
Luxembourg  © @drbronk

Luxembourg  © @drbronk

Parijse parken inspireerden hem sowieso. Soms luisterde hij gesprekken af die hij neerschreef op oude enveloppen om ze later in zijn boek te gebruiken.  Ook werd hij er geil van alle naaktbeelden die er staan. Als zijn vrouw June hem kwam bezoeken, streken Henry en zij hier neer op de  gazons, om te kijken hoe picknickende Parijzenaren hun worsten en wijn naar binnen werkten. Om toch wat geld te verdienen, paste hij hier ook wel eens op een zoontje van een kennis.

Nog steeds is Jardin du Luxembourg een paradijs waar jong en oud kunnen genieten. Voor Palais Luxembourg, in het midden van het park, kunnen kids voor drie euro een houten zeilbootje met stok huren om in de grote vijver mee te kunnen spelen. De weidse terrassen, de palmbomen en de statige lanen tussen rijen kastanjebomen doen honger, tijd en de drukte van de stad urenlang vergeten.

Wanneer  zijn rommelende maag ondragelijk werd, liep Miller het hele park door richting Montparnasse, waar misschien een gratis maal te bietsen viel.

Kroegentocht a la Mieléeeere

"Quoi?" vraagt de ober van café Closerie de Lilas op Montparnasse, wanneer we naar het tafeltje van Henry Miller vragen. Als we de naam op z’n Frans uitspreken, begint er een lichtje te branden. ‘Aaahhhhh; Anry Mieléeere!’.

De vaste plekken van andere beroemde stamgasten als Ernest Hemingway en Man Ray zijn van bronzen naamplaatjes voorzien, maar op het tafeltje wat de ober aanwijst, is geen aandenken te vinden. Typisch iets voor ‘zwerver’ Miller om geen naambordje te hebben. Aan het tafeltje zit een zuurruikend vrouwtje de ene na de andere cognac weg te tikken.

Tropic  © @drbronk

Tropic  © @drbronk

Miller is onlosmakelijk verbonden met boulevard Montparnasse; een levendige plek waar aankomende schrijvers, journalisten en kunstenaars zopen en praatten tot in de ochtend. Dagelijks struinde hij langs de brasserieën op de  boulevard, in de hoop drank of een kleine lening los te krijgen bij zijn bevriende mede-Amerikanen, die hier graag op de terrassen samenkliekten. Als hij heel erg aan de grond zat, probeerde hij er nog wel eens zijn trouwring te verpatsen.

In een Engelstalige krant die in Parijs werd uitgegeven, schreef society-journalist Wambly Balds over Miller: ‘Waarlijk een kind van Montparnasse, het zout in de pap van Quartier Latin.’ Hij vermeldde daarbij ten onrechte dat Henry Miller genoodzaakt was op een bank in het park te slapen. ‘Het enige wat hem dwarszat,’ schreef Balds, ‘ was dat hij geen tandenborstel had’. Het nobele beeld van Miller als ‘literaire zwerver’ was geboren.

In werkelijkheid boden zijn landgenoten hem na een gezellige avond altijd wel een slaapplek aan, en uiteindelijk kon hij zelfs wonen in Villa Seurat; een kunstenaarswoning dichtbij Montparnasse.

In café’s als Closerie de Lilas, Le Dôme, Le Select en café-restaurant La Coupole spelen zich heel wat scènes uit Kreeftskeerkring af. Het is er nog even druk, kreeften liggen er op  ijs in de vitrines, patrons lopen parmantig rond en de pinguïn-obers openen behendig een nieuwe fles voor aangeschoten klanten.

Service  © @drbronk

Service  © @drbronk

In La Coupole vindt je vergeelde foto’s uit de tijd van Miller. De enorme eetzaal was net als nu gevuld met een feestende menigte. Hét trefpunt uit de jaren dertig heeft zijn allure behouden; beschilderde pilaren, wandversieringen en kroonluchters in art déco-stijl lijken onaangetast door de tijd.

Ik besefte hoe onmogelijk het was ooit dat Parijs te onthullen dat ik had leren kennen, het Parijs dat geen vastomlijnde arrondissement kent, een Parijs dat alleen maar bestond krachtens mijn eenzaamheid, mijn begeerte naar haar. Welk een enorm Parijs! Je had er je hele leven voor nodig dat te onderzoeken. Dit Parijs, waarvan ik alleen de sleutel bezat, leent zich nauwelijks tot een rondrit, zelfs niet met de beste bedoelingen; het is een Parijs dat geleefd, dat iedere dag opnieuw in duizend verschillende vormen van marteling ervaren moet worden, een Parijs dat als een kankergezwel in je groeit en blijft groeien, steeds maar doorgroeit tot je er door wordt opgevreten
— Henry Miller
Zwerver  © @drbronk

Zwerver  © @drbronk

Veel is hetzelfde gebleven, getuige een dubbelganger van Miller; een vrolijke, magere zwerver die op een bankje  met een fles wijn in de hand ‘Santé! Santé!’ naar iedere voorbijganger roept.  Hij heeft  goed gescoord; een nieuw pak én een hoed gekocht, gestolen of gekregen. Zijn oude spullen liggen in een bundeltje gebonden  naast hem. Net als Miller viert hij het leven.  Enige verschil is dat Miller alle momenten van geluk en misère die hij in Parijs beleefde, heeft opgeschreven.

Zelf naar Parijs

 

Tekst en beeld: @drbronk & @chantalvanwees

@drbronk

David Bronkhorst  is freelance reisjournalist, fotograaf, blogger en schrijver. Hij doorkruiste de Negev woestijn op een ezel en schreef een roman over zijn beroemde circusfamilie  (Het geheim van Carré bij AtlasContact). Hij publiceerde in onder meer Sp!ts, Metro en M!CE.

Google+