Naar het strand met Alex Garland

De eerste keer dat ik van The Beach hoorde was op Ko Sanh Road, de beroemde backpackersstraat van Bangkok.

Onder het genot van een Singha-biertje bij een van de bars, luisterde ik het gesprek van mijn buren af.

Zou het echt bestaan? ”, vroeg een lang meisje met Frans accent zich af voordat ze een trekje van haar Gauloise nam. Ze keek naar de achterflap van Alex Garlands roman The Beach, alsof ze daar een antwoord op haar vraag zou vinden.

„Misschien”, zei haar reisgenoot, „ maar dan moet het wel helemaal in het zuidelijkste puntje liggen.”

De Française keek vragend op van haar boek.

„Onrustig daar”, vervolgde de reisgenoot, „ aanslagen enzo, extremisten. Een plek waar toeristen niet graag komen, daar móet een onaangetast eiland zijn.”

Nog een paar jaar zou het duren voordat ik zelf zou afreizen naar dat zuidelijkste puntje van Thailand om op een verlaten strand The Beach te lezen. Rustig was het nog steeds niet: van een barman hoorde ik dat er verschillende aanslagen waren gepleegd in Hat Yai op de dag dat ik er aankwam op het vliegveld. Toeristen weerhield dat er echter niet van, net als ik, op zoek te gaan naar een authentiek eiland met hagelwitte stranden aan een azuurblauwe zee.

Think about a lagoon, hidden from the sea and passing boats by a high curving wall of rock. Then imagine white sands and coral gardens never damaged by dynamite fishing or trawling nets. Freshwater falls scatter the island, surrounded by jungle (…) Canopies three levels deep, plants untouched for a thousand years, strangely colored birds and monkeys in the trees.
— Alex Garland, The Beach

Niet Koh Samui - waar de film is opgenomen - maar Koh Lipe moest het worden, dat onaangetaste eiland. Hier zou ik gaan genieten van een strand dat ik slechts hoefde te delen met een aantal tropische vogels en misschien wat krabben. Waar ik voor een kleine bamboe bungalow lezend mijn dagen zou slijten, met lokale lekkernijen voor iedere maaltijd. 

Veelbelovend telde de kaart van het eiland in mijn Lonely Planet vier accommodaties. Goed, het boek was een paar jaar oud, dus het zou ongetwijfeld iets meer ontwikkeld zijn. Maar zo druk als Phuket of Pattaya kon het toch nooit zijn? 

Toch, al in de taxi vanaf het vliegveld meldden zich de eerste andere toeristen die op weg waren naar het eiland. Net als ik had het Noorse stel gehoord dat op Koh Lipe nog échte stranden te vinden waren, stranden die niet waren volgebouwd met luxe resorts of backbackersbars.

‘Bah, andere toeristen’, dacht ik, ‘daar gaat mijn authentieke strand.’ Het deed me denken aan een artikel dat ik tijdens mijn studie Literatuurwetenschap had gelezen, waarin wordt betoogd dat authenticiteit een illusie is. 

The paradox, the dilemma of authenticity, is that to be experienced as authentic, it must be marked as authentic, but when it is marked as authentic it is mediated, a sign of itself, and hence lacks the authenticity of what is truly unspoiled, untouched by mediating cultural codes
— Jonathan Culller, ‘The Semiotics of Tourism’ Framing the Sign: Criticism and its Institutions; University of Oklahoma Press, 1990
Beach © Wilke Martens

Beach © Wilke Martens

Zodra het witte strand als authentiek benoemd is, verliest het zijn authenticiteit. En inderdaad, ook Koh Lipe was inmiddels – willekeurig, leek het wel - volgebouwd met resorts, bars en restaurants. Een paar jaar geleden al schreef Lonely Planet dat Koh Lipe een ‘unspoiled’ eiland is, met als gevolg dat hordes toeristen én ontwikkelaars op het eiland zijn afgestoven.

 Met een onbehaaglijk gevoel sloeg ik The Beach dicht.

‘Is dit niet precies wat Garland ook aan de kaak stelt?’, vroeg ik me hardop af, terwijl de zon oranjeroze de horizon raakte. ‘Was het niet Mister Duck die Richard probeert te zeggen dat ‘hun strand’ onvermijdelijk meer bezoekers krijgt? Dat de pogingen het strand geheim te houden, gedoemd zijn te mislukken?’ De oudere dame die tot aan de allerlaatste zonnestraal aan haar teint wilde werken keek me verstoord aan, iets verderop maakten backpackers aan een laag tafeltje vol lege flessen Chang de afweging of ze wel of niet moesten gaan island hoppen

Mister Duck shrugged. “No one. Stop looking for some big crime, Rich. You have to see, with these places, with all these places, you can’t protect them. We thought you could, but we were wrong. I realized when Jed arrived. The word was out, somehow out, and after that it was just a matter of time...”
— Alex Garland, The Beach

Ik liep terug naar mijn bungalow. Een kleine bamboe bungalow, dat wel. Maar de drukke, lawaaiige keuken van het enorme resort ernaast liet er weinig charme van over. Melancholisch liet ik me op het bed vallen, de frituurlucht was al in de lakens getrokken. Tijd om verder te gaan, besloot ik. Tijd voor een nieuw boek.  

 

Wilke Martens is freelance reisjournalist en blogger. Met haar camera en laptop doorkruist ze Zuidoost-Azië per bus, vliegtuig en motor, op zoek naar de beste plekken om over te schrijven. Ze publiceerde onder meer in Metro en De Aziatische Tijger. 

Google+