Met Charles Bukowski in Los Angeles

Twintig jaar na zijn dood is Bukowski's L.A. nog even rauw, meedogenloos en bij vlagen hilarisch, net als zijn romans.

Los Angeles vormde Charles Bukowski als mens en schrijver: in al zijn romans en gedichten speelt de zelfkant van de stad een hoofdrol. Hij schreef erover op een eerlijke maar nooit veroordelende manier, wat zijn werk ongekend krachtig maakt. Om samen met Bukowski in de onderbuik van de city of angels af te dalen, laat je het luxueuze Rodeo drive en het hippe Venice Beach links liggen.

Nude girls © David Bronkhorst

Nude girls © David Bronkhorst

Op driejarige leeftijd verhuisde Bukowski in 1923 met zijn ouders van Duitsland naar L.A., hetzelfde jaar dat het Hollywood teken werd opgericht. Het huis waar hij opgroeide, 2122 Longwood Avenue, ligt in een buitenwijk. Hij had er een beroerde jeugd. Zijn vader was werkloos, deed alsof hij iedere ochtend naar zijn werk ging en sloeg Bukowski om niets met een leren scheerriem.

“Ik was een hekel gaan krijgen aan mijn vader. Hij was altijd ergens kwaad over”, schrijft Bukowski in het semi-autobiografische ‘Kind onder kannibalen’.

Op de middelbare school kreeg Bukowski opeens puisten zo groot als walnoten, een verschrikkelijke vorm van acne vulgaris die diepe littekens naliet. Klasgenoten meden hem. Niet verwonderlijk dat hij al op zijn dertiende de drank ontdekte. Over zijn eerste slok schrijft hij: “Ik had me nog nooit zo goed gevoeld. Het was lekkerder dan masturberen… Het was fantastisch. Waarom had niemand me hierover verteld?”

Tijdens zijn studie journalistiek publiceerde hij zijn eerste korte verhaal. Hierna schreef hij gedurende tien jaar niets meer en reisde doelloos door de Verenigde Staten.

In 1947 keerde hij terug naar Los Angeles. “Ik schrijf niet meer zoveel en vind het moeilijk om rond te komen,” schreef hij aan een vriend. Hij zwierf van kamer naar kamer, van fles naar fles. Hij hing in die tijd vooral rond op de louche Sunset Boulevard en leefde op alcohol, nicotine en gekke vrouwen.

Nog steeds verdient de boulevard geen schoonheidsprijs: halfdode palmbomen, schreeuwerige reclameborden, oude neontekens (LIVE NUDE GIRLS), afval, Seven elevens en liquor markten. Een dude op een skateboard komt voorbij. In het hokje van een parkeerplaats vijlt in een paars pak uitgedoste bewaker zijn nagels.

Bukowski sloeg zijn drank meestal in bij Ned’s Liquor, waar tegenwoordig alleen Liquor op het uithangbord staat. Als hij meer geld had, ging hij naar één van de vele groezelige bars die de buurt kent.

Hollywood Boulevard

Oz © David Bronkhorst

Oz © David Bronkhorst

Om de hoek van Sunset ligt Hollywood Boulevard, waar de sterren letterlijk op straat liggen. Er staan gigantische filmtheaters, gebouwd tussen 1920 en 1940, toen de filmwereld voor het eerst 'booming business' was. Een Vietnamveteraan sleept zich dagelijks op stompjes en krukken langs de sterren om ze met koperpoets te laten glimmen. De vogelverschrikker en tinnen man uit Oz pauzeren van het poseren en gieten sterke drank door hun koffie. Voor McDonald's staan massa’s zwervers te wachten tot ze resten Big Mac krijgen. De droom van Hollywood en de goot gaan hier hand in hand.

Even verderop, net waar je het Hollywood teken beter kunt zien, is de Frolic Room: nog steeds een sleazy cocktailbar waar Bukowski vaak zat werd met hoeren en gokkers. Terwijl buiten de Californische zon brandt, is het binnen pikkedonker. Iedereen zit stil aan de bar te drinken, precies zoals in een Bukowski roman. Een eenvoudig vaasje kun je er niet bestellen, je moet het meteen doen met een pitcher bier.

Downtown

Anders dan vaak beweerd wordt, kun je je in L.A. uitstekend te voet en per metro verplaatsen. Vanaf Hollywood Boulevard reis je voor een paar dollar downtown.

In oude bioscopen waar wereldsterren van de stomme film ooit hun premières beleefden, zitten nu winkels waar je voor een paar dollar een pak koopt of een lening afsluit. Je vindt er mensenmassa’s, het stinkt, het leeft. Je hoort alleen maar Spaans op straat. Talloze centro des Diamantes, Jezusbeelden en gigantische Mexicaanse muurschilderingen: alsof je in Mexico terecht bent gekomen.

Downtown leer je Bukowski eigenlijk het beste kennen. In L.A. Central Library aan 630 W. 5th Street ontdekte hij ‘Vraag het aan het stof’ van John Fante. “Deze vent is een tough motherfucking guy die beter schrijft dan ik,” zegt hij later. Het maakte hem in één klap duidelijk wat hij met zijn leven wilde: zo goed mogelijk schrijven.

Er zijn lelijkere plekken om je roeping te vinden. In de bibliotheek is alles mooi, van de overvolle boekenkasten tot de art deco tapijten. Maar het allermooiste is het feit dat het gratis is: een Amerikaanse grondrecht. Daarom is het niet vreemd om een dakloze in één van de chesterfieldstoelen een middagdutje te zien doen.

Om zijn schrijf en -drankzucht te bekostigen, werd Bukowski postbode. “Ik moest aldoor denken, jezus ’t enige wat die postbodes doen is brieven door gleuven schuiven en neuken. Dit is een baantje voor mij.”

Na een aantal jaar werd hij postsorteerder in het postkantoor Terminal Annex, aan 900 North Alameda Street. Hij hield het elf jaar vol.

Postkantoor ©  David Bronkhorst

Postkantoor ©  David Bronkhorst

“Elke nacht was ‘t 12 uur werken geblazen, plus de chefs, plus de sorteerders, plus het feit dat je nauwelijks adem kon halen in de opeen gepakte vleesmassa.” Hij kreeg er paniekaanvallen maar vond ook inspiratie. Een uitgever las wat van zijn werk en beloofde hem een maandelijkse toelage als hij zijn baan zou opgeven om te schrijven. “Misschien schrijf ik wel een roman, dacht ik. En dat deed ik toen.”

Drie weken nadat hij ontslag aanvroeg, was zijn debuutroman Postkantoor af. Het was 1969 en Bukowski was 49 jaar oud. Tegenwoordig is het geen postkantoor meer, er zitten nu diverse internetbedrijven in, maar het gebouw is nog even imposant.

Door zijn boeken werd hij rijk en beroemd. Hij verhuisde naar het chique San Pedro, de haven van Los Angeles. Maar tot zijn dood reed hij iedere dag in zijn zwarte BMW terug naar downtown L.A.. Vaak ging hij naar Musso and Frank Grill aan 6667 Hollywood Boulevard, in gezelschap van Sean Penn en Dennis Hopper. Bukowski bleef zichzelf: hij boerde hardop en maakte bekend als hij ging kakken. De bartender bracht hem regelmatig naar huis omdat hij te dronken was om zelf te rijden.

Welke bar je hier ook binnengaat, er zitten nog altijd barvliegen die beweren dat zij drinkbroers van Bukowski waren. L.A. is haar grootste schrijver nog niet vergeten.

 

Eten en drinken als Bukowski:

Frolic Room © David Bronkhorst

Frolic Room © David Bronkhorst

Clifton’s Cafeteria is waar Bukowski gratis at gedurende de Grote Depressie. Een van de oudste restaurants van L.A. en de plek waar je zonder probleem Bukowski lookalikes in stilte kunt zien eten. www.cliftonscafeteria.com

King Eddy Saloon is nog steeds trots dat Bukowski er dronk. Ze maken zelfs ‘Ham on Rye’ cocktails, vernoemd naar zijn roman, met Rye whisky en stukjes spek. Geopend van maandag tot en met zondag van 17:00 uur – 2:00 uur. www.kingeddysaloon.com

Philippe’s, een van de oudste restaurants van de stad en geboorteplaats van de French Dipped Sandwich. Bukowski lunchte er vaak. Binnen ligt er hooi op de grond en bestel je bij immer geïrriteerde dames je sandwich www.philippes.com

REISINFORMATIE

Vlucht: KLM en Delta vliegen rechtstreeks naar L.A., US Airways met tussenstop in Philadelphia en British Airways via Londen. Vluchten vanaf € 550 retour inclusief tax. In L.A. is het 7 uur vroeger.Vluchtduur: 11 -15 uur. Beste reistijd: maart-mei, september-november.Meer info: www.discoverlosangeles.com

David Bronkhorst is reisjournalist, fotograaf, blogger en schrijver. Hij doorkruiste de Negev woestijn op een ezel en schreef een roman over zijn beroemde circusfamilie (Het geheim van Carré bij AtlasContact). Hij publiceert in onder meer Het Parool, Metro en Leven in Frankrijk.

Google+