Literair Paspoort Lodewijk van Oord

pasfoto-lodewijk.jpg

Naam:                  Van Oord

Voornaam:           Lodewijk

Nationaliteit:        Nederlands

Geboorteplaats:  Madrid

Geslacht:              Man

Sterrenbeeld:       Ram, denk ik

Lengte:                  1,80

Kleur ogen:           Groen

Beroep:                  Schrijver 

 

 

 

Wat is uw huidige gemoedstoestand?

Ik verkeer al dagen in een staat van gelaten onbeholpenheid. Voor het eerst in jaren ben ik weer langere tijd in Nederland en ik probeer te leren hoe alles hier ook alweer werkt. Op de vreemdste momenten gaat dat mis. Gisteren probeerde ik met een oude, blauwe strippenkaart de bus in te komen, om vervolgens door de chauffeur en alle passagiers te worden uitgelachen. Voor een onwetende toerist heeft iedereen begrip, maar een Nederlander als ik moet dat natuurlijk gewoon weten. 

Waarover gaat het laatste boek dat u schreef?

Mijn roman Albrecht en wij, die in oktober zal verschijnen, gaat over de laatste levende neushoorn, die in de Amsterdamse dierentuin terecht is gekomen. Directeur Edo Morell ziet dit als een prachtige kans de bezoekersaantallen op te drijven, en beschouwt het uitsterven van diersoorten als een vorm van entertainment. Het is een van de trends van onze tijd die me mateloos boeit: hoe vrijwel alles in het leven een evenement is geworden, zelfs die zaken die zich voor vermaak niet zo goed lenen. 

Welke plek op de wereld heeft u en uw werk het meest beïnvloed?

Nederland. Dat klinkt niet erg exotisch, maar toch kan ik niet ontkennen dat alles wat ik schrijf een onmiskenbaar Nederlands stempel heeft. Het Nederlands is niet alleen de taal waarin ik schrijf, maar Nederland is ook de habitat waarin mijn verhalen zich afspelen. 

Wie zijn uw literaire helden?

Ik zou er velen kunnen noemen, want helden komen en gaan zoals de seizoenen. Maar constante invloeden zijn James Joyce, Italo Calvino, Jose Saramago en, dichter bij huis, Cees Nooteboom. Allemaal bewegende schrijvers die de wereld gezien hebben met desondanks zeer honkvaste oeuvres. 

Welke schrijver of welk boek wilt u nog eens nareizen?

Het nareizen van een geliefde schrijver in de hoop het beschreven land zelf te kunnen ervaren wil nog wel eens teleurstellen. De meeste schrijvers fabuleren er tenslotte nogal tomeloos op los. Zelfs journalistieke schrijvers als Kapuściński en Greene blijken de werkelijkheid bij nader inzien toch regelmatig aan de kant geschoven te hebben. En zo hoort het natuurlijk ook, sinds Herodotos is dit wat we van schrijvers verwachten. Joyce is wellicht de grote uitzondering. In Dublin kon een bevriende collega me exact vertellen in welke kroeg Leopold Bloom op 16 juni 1904 een broodje Gorgonzola gegeten heeft. Die reis was veel te kort, dus ik zou graag nog eens teruggaan om Dublin uitvoeriger in me op te nemen. En niet alleen Dublin, ook het Triëst, Parijs en Zürich van Joyce staan op mijn lijstje.

Welke boeken leest u het liefst op reis?

Als ik in een nieuw land terecht kom probeer ik de lokale schrijvers te lezen: Thomas en Williams in Wales, Coetzee en Gordimer in Zuid-Afrika, en nu Italo Svevo in Italië. Maar het is ook de moeite waard om de reizigers in die landen te lezen: Hermans in Noorwegen, Hemingway in Afrika, of Leigh Fermor in Hoek van Holland. Buitenstaanders laten vaak weer een heel ander perspectief zien. 

Wat neemt u altijd mee in uw koffer?

Meestal een dichtbundel, vaak iets van Lucebert. Zijn gedichten gaan een leven mee. Het kloeke verzameld werk weegt zeker een kilo, maar een losse bundel past altijd wel in mijn jaszak.

Wat is uw ergste reiservaring?

Reizen zijn zelden ergerlijk, als het tegenzit is het hooguit wat saai of vermoeiend. Pas als ik voor langere tijd in een vreemd land ga wonen bekruipt me echte ergernis, want dan moeten er allerlei ondoorgrondelijke bureaucratische horden genomen worden: een vergunning aanvragen, een bankrekening openen, een document voor dit of dat regelen. Dat is voor een migrant allemaal net zo complex als de bus in Nederland. In Swaziland kostte een stempel op een verklaring krijgen al snel een hele dag, langs zeven loketten bij vijf ministeries in drie verschillende steden. Maar hoe vervelend het ook is, het levert uiteindelijk een mooie anekdote op. 

Wat is uw devies?

Ik verheug me op de dag dat ik nergens meer heen wil. Blijf vooral thuis en lees een boek, dat is mijn devies.

 

 

Google+