Literaire Bestemmingen Willemijn van Dijk

De favoriete literaire bestemmingen van schrijfster Willemijn van Dijk

 Wat is je favoriete literaire bestemming en waarom?

‘Wer Rom gesehen [hat], kann nie mehr glücklich, aber auch nie mehr unglücklich werden,’ schreef Goethe over Rome, de Eeuwige Stad, waar hij tijdens zijn Italienische Reise in de jaren 1768-1788 voor het eerst kwam. Toen ik voor het eerst in Rome kwam, heb ik precies dat gevoeld. En met mij natuurlijk talloze schrijvers en kunstenaars door de eeuwen heen.

‘Its solitude, its awful beauty,’ jubelde Charles Dickens toen hij Rome in 1846 zag.

Ook Nederlandse schrijvers kwamen in de loop der geschiedenis graag in Rome, zoals de vermaarde Haagse oudheidliefhebber Louis Couperus.

Piazza del Popolo, Rome

Piazza del Popolo, Rome

Uitkijkend over de stad vanaf de Pincio-heuvel schetste hij een prachtig herkenbaar beeld van de deken van koepels die Rome is: ‘Onder aan de viale’s en terrassen van den Pincio koepelt de groote stad. Eerst, ruim, en vlak beneden, de Piazza del Popolo […]. Links, aan de Piazza del Popolo, de koepels harer beide kerken – Santa Maria rechts – en achter die koepels, verder en verder weg, wijkende naar de verte, de koepels en de koepels altijd, de ronde en de ovale en de plattere koepels, de zee van koepelende kerken…’

In wiens voetsporen hoop je nog eens te treden?

Ik zou nog graag een reis maken in de voetsporen van Tiberius Claudius Nero, die door Augustus werd geadopteerd en in 14 n.Chr. als Tiberius Caesar de tweede keizer van Rome werd.

Tiberius is niet zo bekend bij het grote publiek, en nog minder mensen weten dat hij niet alleen een succesvolle veldheer was en een keizer met een twijfelachtige reputatie, maar ook hield van literatuur en filosofie en zelf schreef. Zijn elegie over de dood van zijn stiefzoon Lucius Caesar, de jonge prins die eigenlijk Augustus had moeten opvolgen, is helaas niet bewaard gebleven.

Omdat ik momenteel werk aan een boek over deze bijzonder spannende periode in Rome rond de dood en opvolging van de eerste keizer Augustus, wil ik nu het liefst Tiberius achterna reizen.

Als generaal was hij vooral in het oosten van het rijk en in Germanië te vinden, maar zijn persoonlijke reizen brachten hem eerst naar het eiland Rhodos, en later naar het prachtige Capri. Van zijn verblijf op Capri, in de laatste jaren voor zijn dood in 37 n.Chr., kun je terplekke nog altijd sporen zien, in de ruïnes van Tiberius’ paleis Villa Jovis.

Het prachtige eiland Capri

Het prachtige eiland Capri

Overigens waren het niet zozeer persoonlijke reizen die Tiberius naar Rhodos en Capri ondernam, maar meer een soort zelfverkozen ballingschappen – zeer opmerkelijke keuzes voor een man die in Rome in het centrum van de wereldmacht stond.

Wat zijn volgens jou de mooiste literaire plekken in Rome?

Midden in de volkswijk Testaccio, aan de voet van een witte piramide die de voorname Romein Caius Cestius voor zichzelf liet oprichten als grafmonument, vind je een kleine begraafplaats genaamd Campo Cestio. Dit is het voormalige ‘niet-katholieke kerkhof’ (cimitero acattolico) van Rome, waar het bijna altijd heerlijk rustig is.

Graf van dichter John Keats op Campo Cestio

Graf van dichter John Keats op Campo Cestio

Het was voor niet-katholieken lange tijd verboden zich na hun dood tussen de katholieken ter aarde te stellen. De Kerk was nog wel zo gastvrij om speciaal voor hen een stukje grond in Rome ter beschikking te stellen aan de rand van de stad.

Inmiddels is het kerkhof een bescheiden bedevaartsoort geworden voor fans en bewonderaars van John Keats en P.B. Shelley – de twee beroemdste en meest bewonderde dichters uit de Britse Romantiek, de stroming die na de eeuw van Verlichting, waarin de rede centraal stond, een prominente plek (terug) gaf aan emotie, instinct, verbeeldingskracht en de kracht en pracht van de natuur.

Beide dichters hebben in Rome gewoond en veel mensen bezoeken het zogenaamde Keats-Shelley huis op de drukke Piazza di Spagna, aan de Spaanse Trappen. Op de plek waar ze beiden hun laatste rustplaats vonden, is het wat mij betreft beter toeven.

Naast het Campo Cestio vind ik ook het graf van Rafaël de moeite van het noemen waard. Rafaël stierf op 6 april 1520. Hij was net 37 geworden en vond zijn laatste rustplaats in de Santa Maria ad Martyres, oftewel het Pantheon.

Santa Maria ad Martyres, oftewel het Pantheon

Santa Maria ad Martyres, oftewel het Pantheon

De tombe zelf is niet spectaculair, maar de renaissanceschilder kreeg wel een van de mooiste en meest passende grafschriften die ik ooit las: ‘Hier ligt Rafaël. Toen hij nog leefde vreesde Moeder Natuur door hem overtroffen te worden; toen hij stierf vreesde ze met hem te sterven.’

Wat voor soort reiziger ben je?

Op reis ben ik iemand die de verwondering zoekt. De meest recente reis die me verwonderde, zelfs overdonderde was even geleden, naar Amerika – een rondreis beginnend in San Francisco en over de Pacific highway, naar de binnenlanden bij o.a. Sedona, en Bryce.

De adembenemend mooie en pure natuur vormt een vreemd soort contrast met de Amerikaanse levensstijl, een contrast dat me onderweg steeds meer wist te boeien. De stilte van de sterrenhemel in Death Valley en het nachtleven van Las Vegas liggen hemelsbreed vlak bij elkaar, maar zijn mijlenver van elkaar verwijderd.

Via Roma, de geschiedenis van Rome in vijftig straten door Willemijn van Dijk

Orpheuskijktom.com

Google+