Literaire bestemmingen Theodor Holman

De favoriete literaire bestemmingen van Theodor Holman

Wat is je favoriete literaire bestemming en waarom?

'Laat ik als eerste Wenen noemen. Daar komen heel veel zaken vandaan waar ik weg van ben, zoals Karl Kraus en Simon van Adelberg, een soort Carmiggelt.

Het gaat allemaal over doden bij mij. Als ik er ben, ga ik naar Café Central, daar gebeurde het rond 1900. Ik ga ook naar het huis van Freud en het huis van de familie Wittgenstein, dat vind ik ook literaire figuren. De leefomgeving bezoeken van interessante mensen, dat vind ik leuk.

De wachtkamer van Freud Photographer: Florian Lierzer © Sigmund Freud Foundation

De wachtkamer van Freud Photographer: Florian Lierzer
© Sigmund Freud Foundation

In Berlijn doe ik hetzelfde. Er is een heel mooi boek, waarin je de huizen van grootse schrijvers kunt opzoeken. Eigenlijk overal waar ik kom, Venetië of Londen, ga ik altijd op zoek naar de adressen van schrijvers maar ook van filmers zoals Alfred Hitchcock.'

Maar je lijkt het veel vaker over Italië te hebben.

'Ja, Italië. Rome en vooral ook Napels. Eigenlijk zindert het in heel Italië van de literatuur en kunst, van ballet, mode, van film.

Paolo Sorrentino kennen wij als de regisseur van La Grande Belleza, maar hij heeft ook een boek geschreven: Iedereen heeft gelijk. Dat lijkt wel Céline, zo goed is dat.

In Napels waar Novecento en Seta van Alessandro Baricco zich afspelen, daar gebeurt het, dat voel ik als ik daar ben. Het gebeurt altijd waar het een beetje slecht gaat. Het zal ook wel in Spanje en Griekenland gebeuren, dat kan haast niet anders, maar ik heb daar geen contacten.

Naar Italië ga ik regelmatig, ik lees af en toe Italiaanse kranten, al is dat eerlijk gezegd vooral de sportpagina. Ik kom er ook vaak in boekhandels, die heb je er tot in het kleinste dorp.'

Welke plek op de wereld heeft jou en je werk het meest beïnvloed?

'Parijs uiteraard. Toen ik achttien was ben ik er naartoe gegaan met het oogmerk om Sartre te ontmoeten. Ik was, zo vlak na mijn pubertijd, zelf begonnen met schrijven en vond de Franse literatuur ongelofelijk interessant.

Ik hield en houd nog steeds van het existentialisme, van Sartre maar ook van Flaubert, met Houellebecq van de hele ratjetoe van Franse auteurs. Het leek me heerlijk om in Parijs te schrijven. Ik ben er een maand of zes gaan zitten, woonde er in de Avenue Émile Zola. Op de hoek zat de tabac Émile Zola, daar ging ik dan zitten schrijven, met de hand.'

En heb je Sartre nog ontmoet?

'Ja, dat is gelukt. Ik wist dat hij vaak in restaurant La Coupole kwam. Daar heb ik dagen zitten posten. Later bleek dat hij toen vaker naar Café Flore ging, maar dat wist ik niet.

Na drie dagen kwam hij toch. Heel zenuwachtig ben ik, samen met een vriend die mee was, op hem afgestapt en zei: ”Nous sommes étudiants  Hollandais”.

Hij zei niks en ik sprak slecht Frans, maar met de dame die hem vergezelde heb ik mijn vriend gezellig gebrekkig Engels gesproken terwijl Sartre de Liberation las. Mijn ontmoeting met hem heeft nog geen kwartier geduurd.'

 

Welk boek wil jij nog eens waar nareizen?

'Reis naar het einde van de nacht, natuurlijk, want ik ben weg van Céline. Dat boek gaat over een reis en is doortrokken van mooie landschappen, zo kom je nog eens ergens.’

Foto Theodor Holman:  Bob Bronshoff

 

Chantal van Wees is freelance lifestyle-en reisjournalist en blogger. Zij interviewde honderden bekende en minder bekende mensen en trok per riksja door Europa. Haar interviews, achtergrondartikelen en reisreportages publiceert ze onder meer in Roots, Het Parool en Leven in Frankrijk.

Google+