Literaire Bestemmingen Ernest van der Kwast

De favoriete literaire bestemmingen van schrijver Ernest van der Kwast

Ernest van der Kwast © Keke Keukelaar.

Ernest van der Kwast © Keke Keukelaar.

Wat is je favoriete literaire bestemming?

‘Eerlijk gezegd hoop ik die nog een keer te bereiken. Tot nu toe vond ik alleen mijn literaire tocht door Rome enigszins geslaagd. Ik heb daar geprobeerd In de ban van mijn vader van Sandro Veronesi te proeven.

Ook letterlijk, want ik bezocht de rosticceria (ik weet de naam niet meer, het was dicht bij de Piramide van Cestius) waar de hoofdpersoon altijd at. Veronesi wijdt enkele pagina’s aan deze eettent. Zijn beschrijving van de gerechten is meesterlijk, het vet druipt werkelijk van de pagina’s. Stiekem heb ik daar toch lekker gegeten, al heb ik natuurlijk niet alle gerechten geprobeerd.

In de Dampoort in Gent heb ik in het favoriete frietkot van Christophe Vekeman gegeten. Ik heb het overleefd, laat ik het daar maar op houden.’    

In wiens voetsporen hoop je nog eens te treden?  

‘Die van Giuseppe Tomasi di Lampedusa. Ik zou graag de overblijfselen van zijn paleis in Palermo willen zien. Tomasi’s enige roman De Tijgerkat is zo indrukwekkend, daar kunnen weinig boeken aan tippen. Toch wilde aanvankelijk niemand het manuscript uitgeven: het verscheen pas een jaar na Tomasi’s dood.

Een tijdje geleden las ik in het boek Musen leben länger van Dietmar Grieser een interview met wijlen barones Alexandra Wolff Stomersee, de Duits-Letse weduwe van Tomasi. Zij sprak daarin de wens uit om alsnog de naam van haar echtgenoot op zijn anonieme grafsteen te plaatsen. Ik ben benieuwd of ze het uiteindelijk heeft gedaan.’ 

De voordeur van W.F. Hermans aan Avenue © Niel Milliped

De voordeur van W.F. Hermans aan Avenue © Niel Milliped

Naar welke ervaring zoek je op een literaire bestemming?  

‘Toen ik nog echt jong was, heb ik met een groepje vrienden het voormalige huis van W.F. Hermans in Parijs gezocht. We hadden geen kaart bij ons en liepen uren te dolen. Nu is dat in Parijs geen straf, maar sommigen wilden de queeste afbreken. Om te plassen.

Uiteindelijk belandden we dan toch in de Avenue Niel. Toen ik op nummer 86 aanbelde, stak een vrouw haar hoofd door het raam. Ik riep de naam van Hermans, waarop ze begon te tieren. We zijn snel doorgelopen, maar niet voordat ik de metalen deurknop nog even heb aangeraakt. Ik beeldde me in dat ik op dat moment het leven van Hermans kruiste. Ja, ik ben een romanticus.’ 

Vooruit dan: met welke overleden schrijver/schrijfster zou je graag een espresso willen drinken?  

Konstantin Paustovski! Serveer de espresso maar in een barretje in Odessa. En doe er wat taartjes bij. Hij schrijft zo heerlijk lyrisch, ik denk dat we het prima met elkaar gevonden zouden hebben. En het gesprek pas diep in de nacht zouden beëindigen. Na veel wodka.’ 

De hoofdpersonen in je boeken leggen heel wat kilometers af. Is jouw schrijverschap onlosmakelijk verbonden met reizen?

‘Nee. Mijn volgende boek zou zich bij wijze van spreken ook zomaar in één ruimte af kunnen spelen. Nu ik twee kinderen heb, schiet het reizen er wat bij in. Gelukkig is er literatuur. De werelden van Bruce Chatwin, Ryszard Kapuściński en Meir Shalev fascineren me enorm.

Boeken die een andere wereld én tijd beschrijven, raken me het meest. Zoals James Salter zegt: ‘Only those things preserved in writing have any possibility of being real’. Had ik al gezegd dat ik een romanticus ben?’ 

Waar moeten we naartoe als we jouw literaire voetsporen willen volgen?  

‘Op een dag zag ik op het station van Bolzano – waar ik acht jaar gewoond heb – de trein naar Lecce staan. Ik wist toen nog niet precies waar dat lag, dus luisterde ik even hoeveel tussenstations er op die reis lagen. In Italië wordt dat namelijk door een automatische stem omgeroepen. Het bleken er maar liefst 37 te zijn!

Die treinverbinding is de eigenlijke inspiratie voor mijn novelle Giovanna’s navel geweest. Trek er wel een dag voor uit, want de rit duurt ouderwets lang: zo’n 13,5 uur. Naar Rotterdam komen? Doe dat maar na mijn dood, dan mag je hier ongegeneerd de deurknop aanraken.’

Marco Mulders is freelance interviewer. Hij luistert net zo lief naar ijsverkopers als rocksterren. Kende zijn Fawlty Towers-moment toen hij in een chic Londens hotel beweerde dat er ‘aunts’ in de badkamer rondkropen. Hij publiceerde onder meer voor ZoomZoom, Muziek.nl & Zin.

Google+