Literaire bestemming: Delhi

De favoriete literaire bestemming van Jonathan Ramael

Gewoonlijk kies ik m’n reisbestemmingen niet uit aan de hand van hun literaire waarde. De romans die ik meeneem dienen voornamelijk om de vlucht door te komen. Toen ik vorige zomer Delhi bezocht, deed ik dat echter met een boek van William Dalrymple onder de arm. Dalrymple is een Schots historicus en India-freak, en zijn City of Djinns bleek de ideale leidraad om de Indische hoofdstad in de diepte te verkennen.

In Delhi vind je namelijk niet zomaar eventjes je weg. Het is een enorm, chaotisch mierennest vol quasi naamloze straatjes waar het krioelt van het volk. De eerste kennismaking was vrij choquerend. India is een ongemeen prachtig land, maar je moet weten waar je aan begint. Overal – tot op de parking van de luchthaven toe – bivakkeert een half leger daklozen, her en der liggen typische suffe bochelkoeien in het midden van de weg te herkauwen en de verkeerschaos is er zo compleet dat het hilarisch wordt. Tijdens mijn allereerste rit met de tuktuk vertelde de chauffeur me dat ik drie dingen nodig had om het verkeer in Delhi te overleven: “Good horn, good brakes & good luck!”. Als intro kan dat tellen.

New Delhi – neergepoot door de Britten – werd met brede boulevards mooi en ordentelijk naar Europees model gebouwd, maar Oud Delhi is een onoverzichtelijk, stoffig doolhof van smalle, vuile steegjes waar een oerwoud van blootliggende stroomkabels van dak naar dak knettert. Heerlijk om twee weken op hostel te zitten, niet? Ik boekte mezelf een luizig kamertje vlakbij de bazaar van Paharganj – een halve sloppenwijk waar de backpackers verzamelen – en besloot me met behulp van Dalrymple’s boek diep in de rijke en turbulente geschiedenis van de stad te graven.

City of Djinns © Jonathan Ramael

City of Djinns © Jonathan Ramael

Zelf kwam hij als zeventienjarige student voor het eerst in Delhi terecht om in een door nonnen gerund armenhuis te komen werken. Ondanks de hitte en de chaos werd hij op slag verliefd. Vijf jaar later keerde hij met z’n kersverse vrouw terug om City of Djinns te schrijven. Hij verbleef meer dan een jaar op een veel te warm zolderkamertje bij een familie rijke Sikhs en wisselt in z’n boek boeiende geschiedkundige feiten en horrorverhalen over de onafhankelijkheidsstrijd af met hilarische anekdotes over ervaringen met kamikaze-taxichauffeurs en zijn bazige hospita. Zijn stijl is vlot, persoonlijk, onderhoudend en gedetailleerd. Samen met het verzamelde werk van Bill Bryson is dit voor mij een van de absolute voorbeelden van een goed reisverhaal.

Delhi is aan z’n negende reïncarnatie toe. In de loop der jaren werd de stad talloze keren veroverd, heroverd, geplunderd en met de grond gelijkgemaakt. Dalrymple keert naarmate het boek vordert steeds dieper terug in de tijd. Leuk is dat een heel aantal locaties in detail wordt beschreven, terwijl ze in de meeste reisgidsen niet of nauwelijks worden aangeraakt. Je kan met de verkregen info dus makkelijk zelf op verkenning gaan.

Voor wie de drukte en de hitte naar het hoofd stijgt nog één tip die ook in het boek voorkomt. Altijd naar boven kijken! Op straatniveau kan Delhi er soms bruut en hectisch uitzien, maar wie in een hostel met dakterras verblijft, kan ’s avonds een van de mooiste spektakels van de stad aanschouwen. Op en rond de daken ontvouwt zich een andere wereld. Honderden enthousiaste kinderen vullen de hemel met beweeglijke, kleurrijke vliegertjes, en proberen met een aantal gerichte manoeuvres die van hun buurman uit de lucht te halen. Erg ontspannend om volgen na een vermoeiende dag. Zeker met een frisse Kingfisher pils in de hand.

jonathan.png

Jonathan Ramael is een Belgisch reisjournalist en fotograaf die schrijft voor Metro, Grande, BBT Online en Bo-Magazine. Hij werkt ook als stadsfotograaf voor Antwerpen. Zijn foto’s vallen te bekijken op www.jonathanramael.com of op www.facebook.com/JonathanRamaelPhotography 

Google+