Literair Paspoort Vinco David

Naam: David

Voornaam: Vinco

Nationaliteit: NL

Geboorteplaats: Leiden

Geslacht: M

Sterrenbeeld: schorpioen

Lengte: 1,70

Kleur ogen: blauwgrijs

Beroep: schrijver, kantoorbediende, voorzitter

 

Wat is uw huidige gemoedstoestand?

Voldaan dat ik, na de andere vragen, nu ook deze eerste vraag heb weten te beantwoorden.

Waarover gaat het laatste boek dat u schreef?

Achter het riet is een avonturenroman in het zeventiende-eeuwse Nederlands Brazilië. Een succesvol soldaat van de West-Indische Compagnie krijgt als beloning voor zijn krijgsverdiensten een suikerplantage in de schoot geworpen. Dat gaat daar gruwelijk mis, onder het motto dat velen in hun loopbaan opstijgen naar het niveau van hun eigen onbekwaamheid. En o ja, er wordt ook een vergeefse poging gedaan enkele seksuele demonen te temmen.

Welke plek op de wereld heeft u en uw werk het meest beïnvloed?

De luchthaven Charles de Gaulle bij Parijs. Die moest ik beroepshalve helaas vaak frequenteren, in de tijd dat de hogesnelheidslijn nog niet naar de noordelijke Nederlanden was doorgetrokken. Een deprimerend betonnen gedrocht om te landen, over te stappen of op te stijgen. Dat laatste gebeurt daar doorgaans met vertraging. Maar juist door die lelijkheid wendde ik me bij de zoveelste vertraging maar in arren moede tot mijn innerlijk. En daar vond ik de inspiratie voor het verhaal Mannenharem dat later zou uitgroeien tot mijn debuutroman.

Een paar maanden daarvoor had ik door Rajasthan, India, gereisd, met zijn maharadjapaleizen in de woestijn. Die reis had ik opgeslagen in een hersenkwab, en het was daar gaan broeien nadat ik ook nog een historische verhandeling had gelezen over entourages van jongelingen, die enkele Indiase vorsten er voor hun gerief op nahielden. En precies, dat brouwsel van feiten, vermengd met fantasie, begon voor het eerst te borrelen op de betonnen luchthaven Charles de Gaulle bij Parijs. Ik kon niet anders dan schrijfblok en pen tevoorschijn halen.

Wie zijn uw (literaire) helden?

Mag het ook een schrijver zijn? Dat is Elsschot. Met zijn uitgebeende stijl kan hij in een paar woorden een personage neerzetten waar een ander een bladzij voor nodig heeft. Zo houdt hij genoeg ruimte over voor zijn ironische brille. De wereld heeft echter meer briljante schrijvers gekend. Wat ik juist van hem bewonder is dat hij het schrijven combineerde met volle bureaubanen (waaraan hij naar verluidt een hekel had, maar het schrijven alleen bracht te weinig op voor de levensstijl die hij nastreefde), een gezin en nog wat buitenvrouwen. Een meester in timemanagement, zouden we tegenwoordig zeggen.

En Narziss uit Narziss en Goldmund van Hermann Hesse. De wijze kloosterling die zijn vriend in het klooster, de mooie, zoekende Goldmund, zichzelf laat ontdekken, zodat deze Goldmund tot levenswijsheid en ontplooiing als kunstenaar komt. Narziss stelt Goldmund daarvoor de juiste vragen, zonder zelf meteen het antwoord te geven. Hesse had hierbij het beeld van een psycho-analyticus voor ogen, maar vandaag noemen we zo iemand misschien wel een coach.

Welke schrijver of welk boek wilt u nog eens nareizen?

Exil van Lion Feuchtwanger. Wie zeg je, Feuchtwanger? Ja, die grote Duitse schrijver die verplichte kost is voorbij Zevenaar, maar buiten het Duitse taalgebied uit het curriculum is geschrapt.

We beginnen Exil in het München van componist Sepp Trautwein en zijn vrouw Anna, ook trouwens de geboortestad van mijn oma, een tijdgenote van de romanpersonages. München, het rode eiland in de zwarte Beierse Zee, ook toen al, in het interbellum, met elke avond een ander concert. En op zondag gaan wandelen in de Alpen voorbij Bad Tölz of zeilen op de Ammersee, zoals zoon Hanns graag doet.

De idylle mag niet te lang duren. Sepp gaat in ballingschap voor de nazi’s die aan de macht zijn gekomen. Hij komt in Parijs terecht. Parijs, bij elke maanstand een verleidelijke minnares (of rentboy), maar niet als je met je gezin huist op een kamer in een pension zonder sterrenaanduiding. (Als onbemiddelde student deelde ik destijds daarom een tentje in het Bois de Boulogne, een zeer aanvaardbare prijs-kwaliteit-verhouding.)

Het traject maakt dan een scherpe bocht naar Bazel, waar medeballing Friedrich Benjamin, journalist, door de nazi’s wordt ontvoerd. Houd halt in die Zwitserse cultuurstad, waar je doorgaans juist een extra dot gas geeft om zo ras mogelijk in Italië te geraken. Bezoek het grootsteedse kunstmuseum en het graf van Erasmus.

En dan gaat de tocht toch verder naar de Middellandse Zee, naar Cannes, waar nazi-journalist Erich Wiesener (medeplichtig aan de ontvoering van Benjamin?) zijn vakantie doorbrengt. Daar ontmoet hij de schrijver Jacques Tüverlin (Feuchtwangers alter ego) bij een déjeuner met kennissen aan het strand. Zodra Tüverlin achter de politieke voorkeur van Wiesener komt, laat hij zijn perfect gegaarde zeebaars staan en vertrekt.

Nu is Cannes bijzonder boeiend voor liefhebbers van mondaine badplaatsen met filmfestivals, maar letterkundig belangwekkender is het nabij gelegen Sanary sur Mer, waar de balling Feuchtwanger zijn toevlucht had gezocht (tot de Duitsers in 1940 ook Frankrijk binnenvallen en hij nog net kan ontkomen naar de VS). Het vissersplaatsje had als bijnaam Sanary des Allemands, vanwege de vele beroemde Duitse (en enkele Oostenrijkse) ballingen die er voor kortere of langere tijd verbleven, onder wie naast Feuchtwanger ook Bertolt Brecht, Thomas Mann (evenals Heinrich, Klaus en Golo), Joseph Roth en Stefan Zweig; een concentratie van zwaargewichten uit de Duitstalige literatuur.

De tocht langs hun voormalige woonhuizen schijnt eenvoudig te voet of per fiets af te leggen te zijn. Een van deze lieus de mémoire is Villa Valmer, waar Feuchtwanger zijn volgende roman schreef: Die Geschwister Oppermann (vertaald als De erven Oppermann). Maar het nareizen van dat boek, beginnend in Berlijn, laat ik voor een andere keer.

Welke boeken leest u het liefst op reis?

Romans die te maken hebben met de plaats of het land van bestemming zeggen vaak meer dan een geïllustreerde reisgids. Dus in de oude stad van Praag was het Kafka’s Het Proces, en tijdens een verblijf van een week in België ging Godenslaap van Erwin Mortier mee.

Wat neemt u altijd mee in uw koffer?

Hardloopschoenen. Schrijven is een uitputtingsslag. Daar heb je een goede conditie voor nodig.

Wat is uw ergste reiservaring?

Delhi, India: uit hygiënische voorzorg in een vijfsterrenhotel gegeten. Toch de Delhi belly gekregen, in qua duur, lichaamstemperatuur en rioolbelasting redelijk ernstige vorm. Hierdoor zat een bezoek aan de Taj Mahal in Agra er niet meer in, het architectonische juweel aan de Jamoena, dat de climax had moeten worden van de reis. Jaren later toch in Agra geraakt, en die ervaring verwerkt in mijn debuutroman Mannenharem.

Wat is uw devies?

Liever deviezen. Dat deel ik ook mijn uitgever mee.

 

vincodavid.nl

Google+