Literair Paspoort Saskia Konniger

Naam:                 Konniger

Voornaam:          Saskia Anna

Nationaliteit:       Nederlandse

Geboorteplaats:  Eibergen

Geslacht:              Vrouw

Sterrenbeeld:       Schorpioen

Lengte:                  1,75 m

Kleur ogen:           Groen

Beroep:                 Schrijver en tentoonstellingsmaker/conservator Wereldculturen

 

 

Wat is uw huidige gemoedstoestand?

Loom en ontspannen. Ik heb net aan een rietkraag bitterballen gegeten.  

Waarover gaat het laatste boek dat u schreef?

Ik ben momenteel bezig met een roman over Egypte, Zand. Dat boek is bijna af, maar mijn laatste boek, Zhongguo, gaat over journaliste Anna. Ze gaat op zoek naar het hart van China. Tijdens de zoektocht naar het geografische midden dreigt ze haar morele kompas te verliezen. 

Welke plek op de wereld heeft u en uw werk het meest beïnvloed?

Dan moet ik India zeggen. Zoals veel debuten ging mijn eerste boek, Club Karma, over een stormachtige en helaas tragische liefdesrelatie.

Wie zijn uw (literaire) helden?

Als dwars meisje in het voor mij destijds benauwde Achterhoek was lezen een ontsnapping. Thea Beckman, Agatha Christie, Emily Dickinson en Emily Brontë waren mijn heldinnen. De Scheepsjongens van de Bontekoe heb ik het vaakst gelezen.

Daarna waren het Redmund O’Hanlon, Hemingway, Allende, Irving, Marquez, Lampo, Hunter Thompson, Graham Greene, Dave Eggers die mij lucht gaven en inspireerden. En Slauerhoff. Grunberg vind ik geweldig. Tommy Wieringa weergaloos. En ik heb zojuist het laatste boek van Ilja Pfeijffer gelezen, La Superba. Hilarisch!

Welke schrijver of welk boek wilt u nog eens nareizen?

Ik zou het liefst een dagje stage willen lopen bij Yashim Togalu, een eunuch die in het 19de eeuwse Istanbul moorden oplost (in het leven geroepen door schrijver Jason Goodwin). 

Welke boeken leest u het liefst op reis?

Weinig, zodat ik ruimte in mijn hoofd overhoud om indrukken en gesprekken te laten gisten tot verhalen. De meeste research doe ik voor en na een reis. Als ik op reis ben staat alles ‘aan’.

Wat neemt u altijd mee in uw koffer?

Een loepje, zaklamp en ducttape.

Wat is uw ergste reiservaring?

Ik doe onderzoek in niet de meest gemakkelijke landen, dat is soms afzien. Maar ik werk altijd vanuit een netwerk van mensen ter plaatse en bereid me goed voor.

Maar in Egypte, dat was in november 2012, tijdens de regeerperiode van Morsi, had ik de pech om op de terugweg van Alexandrië naar Caïro in een absurde ruzie tussen medebuspassagiers verzeild te raken. Onenigheid tussen een oudere vrouw en een jongeman over een tochtig raampje mondde uit in een handgemeen. Nadat we enkele benauwde momenten tijdens een schermutseling in het busje hadden overleefd, werden we door de man van de vrouw in een vangrail gereden (Zij had hem gebeld.).

De echtgenoot en zijn vrienden sprongen uit de auto, renden met pistolen op ons af en trapten al schietend de zijdeur van de bus in (het was zo’n 8-personenbusje). De meeste passagiers gilden hysterisch, anderen gingen onmiddellijk in de aanval en sprongen op de gewapende aanvallers.

Gek hoe je kunt reageren. Ik werd juist heel kalm en hyperalert, volledig gericht op zelfbehoud. Terwijl ik zo diep mogelijk wegdook tussen de stoelen keek ik achterom of ik kon ontsnappen via de achterdeur. Idioot, want die was er niet. Tegelijkertijd registreerde ik dat de jonge Egyptenaar die naast me zat, nog geen 17 jaar, op mij was gedoken om mij te beschermen. Terwijl hij op mij lag, trok hij de andere vrouw die naast hem zat uit de vuurlinie.

Ik hoorde de schoten, maar ik was me vooral bewust van de jongen bovenop mij, hij maakt zich groot om als een levend scherm kogels op te vangen. Ik was zo ontroerd dat een vreemde jongen mij en die andere vrouw in een soort dierlijk instinct wilde beschermen. Ik had die reis Egyptische mannen zo vaak al vervloekt, dit was dus de andere kant van de patriarchale machocultuur.

Toen ik opkeek was de bus overal gedeukt, stoelen waren bezaaid met glasscherven, op de grond lagen achtergelaten spullen. Ik speurde naar bloed en zag toen dat mannen iemand wegsleurden. Het was donker en we stonden dwars op de snelweg en ik dacht nog steeds alleen maar aan mezelf en schreeuwde ‘Yalla!’.

Ik kreeg bijval, de chauffeur kwam uit zijn kramp en duwde het gas in. Gelukkig deed het busje deed het nog. Al rammelend met de deur open hebben we Caïro bereikt. Mijn medepassagiers wilden naar het politiebureau, maar dat leek mij absoluut geen goed idee en ik ben uitgestapt. Pas later realiseerde ik me dat ik er geen moment aan had dacht om anderen te beschermen. En ik heb de jongen nooit meer gezien. Ik weet niet eens hoe hij heet.

 Wat is uw devies?

Inspiratie is alles. En de liefde.


Google+