Literair Paspoort Marjoleine Oppenheim

Marjoliene Oppenheim-Spangenberg © Lisa Helder

Marjoliene Oppenheim-Spangenberg © Lisa Helder

Naam: Oppenheim-Spangenberg

Voornaam: Marjoleine

Nationaliteit: Nederlands

Geboorteplaats: Amsterdam

Geslacht: vrouw

Lengte: 1,69

Kleur ogen: blauw-grijs

Beroep: schrijver, fondsenwerver en zakelijk begeleider voor o.a. HetNieuweSchoolplein.

 

Wat is uw huidige gemoedstoestand?

Ik schrijf aan een nieuw boek en ik voel onrust, heb soms concentratieproblemen, ben onzeker omdat ik nog niet voel waar het boek, behalve in grote lijnen, in detail naar toe zal gaan. Ik heb ook meer behoefte om me af te zonderen.

Waarover gaat het laatste boek dat u schreef?

‘Over zij en ik’ gaat in weze over de opgelopen trauma’s van ouders die via de dagelijkse gewoontes in het gezin naar de kinderen doorsijpelen. Het gaat over rituelen met een verborgen boodschap. Ik schreef een dubbelportret over de oorlogservaringen van mijn moeder en de weerslag die dit, jaren later, had op ons gezin in onbedoelde kleine alledaagse dingen.

Welke plek op de wereld heeft u en uw werk het meest beïnvloed?

Ik ben geboren en getogen in Amsterdam maar woonde en werkte zestien jaar in Parijs. Voor het eerste boek is Amsterdam van grote invloed geweest. Mijn tweede boek speelt zich af in Parijs. Ik denk dat de steden elkaar in evenwicht houden.  

Wie zijn uw (literaire) helden?

Louis Couperus, Jean Echenoz, Bordewijk en Emile Zola voor ‘Au Paradis de la femme’ 

Welke schrijver of welk boek wilt u nog eens nareizen?

In ‘Eline Vere’ beschrijft Couperus de reis van Eline Vere via bals, diners en soirées in het zuiden van Frankrijk. Dat gedeelte van het boek en gesitueerd juist in die tijd met mijn eigen tijdgeest zou ik graag nareizen. 

Welke boeken leest u het liefst op reis?

Alle boeken waar ik in de maanden voorafgaand aan een reis niet aan toe gekomen ben. Met een lijstje op mijn telefoon loop ik boekwinkel binnen en ga dan met een stapel boeken de deur uit. Dan begint ook mijn reisgevoel.

En toch, meer en meer merk ik dat ik het fijn vind terug te keren naar plaatsen waar ik me goed voel.

In Saint –Valéry sur Somme bijvoorbeeld, waar schrijfster Colette kwam en Anatole France een paar maanden werkte. Ik ken er langzamerhand veel mensen en ik verdiep me dan ook graag in de geschiedenis van het dorp, de streek en het land.

Het dorp bestaat sinds de 10e eeuw, Willem de Veroveraar verbleef er een tijd met zijn manschappen in voorbereiding op de Battle of Hastings. Jeanne d’Arc werd er een paar dagen vastgezet in een van de zojuist gerestaureerde brede torens.

Dus herlees ik nu Robert Merle (lid van de Académie Francaise, boeken over Les Rois de France om de politieke en maatschappelijke context van de periode tussen 1100 en 1870 beter te begrijpen.

Wat neemt u altijd mee in uw koffer?

Grote warme lichte wollen omslagdoek, boeken, laptop, zakmes.

Wat is uw ergste reiservaring?

Een verregende vakantie in een tent toen ik zestien was met vrienden en vrienden van vrienden met wie we ruzie kregen. De vrienden van de vrienden vertrokken in de vroege ochtend en namen de kookspulletjes mee. Nooit meer een vakantie met een tent sindsdien.

Wat is uw devies?

Amor vincit omnia.

Google+