Literair Paspoort Hanneke Ter Hoven

Naam:                 Ter Hoven

Voornaam:          Hanneke

Nationaliteit:       Nederlandse

Geboorteplaats:  Eindhoven

Geslacht:             vrouw

Sterrenbeeld:      waterman

Lengte:                1m75

Kleur ogen:         blauw

Beroep:               docente Frans en schrijfster.

 

 

Wat is uw huidige gemoedstoestand?

Momenteel ben ik blij omdat ik net terug ben uit Tunesië. Ik kan nu eindelijk zeggen dat ik een evenwicht heb gevonden tussen mijn drie landen: ik woon in Nederland, mijn geboorteland, reis vier tot vijf keer per jaar naar Parijs, waar ik twaalf jaar heb gestudeerd, en nog eens twee keer per jaar naar Tunesië, waar ik ben opgegroeid. Zo voel ik me goed en compleet. 

Waarover gaat het laatste boek dat u schreef?

Mijn roman Tanja’s Reizen heb ik geschreven naar aanleiding van de Tunesische revolutie en gaat over het hoofdpersonage, Tanja, dat Nederlandse is en wil weten wat er in Tunesië gebeurt, omdat ze daar is opgegroeid. Ze heeft daar familie en vrienden wonen. Ieder heeft weer een ander idee over de revolutie. Tessa, haar zus, draagt plotseling een hoofddoek en wordt steeds extremer religieus, zoals meer mensen in het land, en Tanja’s vriendin, Sonia, een vrouwenactiviste, houdt er weer heel andere ideeën op na. Tanja worstelt met deze verschillende meningen. Omdat ze bovendien kinderloos is, gaat ze kinderen sponsoren in Tunesië en vechten tegen de armoede in haar land. Die armoede wordt in al zijn afschuwelijkheid in het boek beschreven. 

Welke plek op de wereld heeft u en uw werk het meest beïnvloed?

Dat is zonder twijfel Tunesië, waar ik op mijn zevende met mijn ouders ben gaan wonen. Ik heb toen een cultuurschok meegemaakt die mijn schrijverschap en mijn identiteit voor altijd zal blijven beïnvloeden. 

Wie zijn uw literaire helden?

Mijn grootste helden zijn personages of schrijvers die mij hebben veranderd. Pinkeltje leerde mij over heimwee en wat fictie is, Julien Sorel en Stendhal dat ik absoluut Franse Letteren wilde studeren en Persepolis dat ik na een jeugd in Tunesië anders tegen de wereld aankijk en dat ik met humor over mijn eigen leed wil schrijven. Met luchtigheid en afstand. Daar helpt fictie bij. 

Welke schrijver of welk boek wilt u nog eens nareizen?

De schrijver die mij het meeste heeft geïnspireerd is Kader Abdolah. Jaren heb ik alles van hem gelezen en ik ben me dankzij hem nog meer bewust geworden van mijn eigen innerlijke wereld die uit drie landen bestaat. 

Welke boeken leest u het liefst op reis?

Ik ben net terug uit Tunesië en ben daar naar de beste boekenwinkel van de stad gegaan en heb er romans gekocht over de actualiteit. Tot mijn verbazing las ik over een vrouw die tot haar verwarring ziet hoe haar zoon een relatie krijgt met een gesluierde vrouw. ‘Gaan de vrouwenrechten erop achteruit?’ vraagt ze zich af. Maar ze wil ook tolerant zijn en openstaan voor andere ideeën. Dat conflict, dat ik zelf ook heb meegemaakt, zit ook in mijn roman. 

Wat neemt u altijd mee in uw koffer?

Ik neem altijd een schriftje mee voor aantekeningen. En sinds ik kinderen sponsor in Tunesië, cadeaus voor hen. Speelgoed vooral, want dat hebben ze niet. 

Wat is uw ergste reiservaring?

Mijn ergste reiservaring is ook meteen een heel bijzondere. Ik ben ooit met een man, die ik nu niet meer zou vertrouwen, naar een dorpje in zwart Afrika geweest en heb daar rituelen met maskers gezien en eng ongedierte. Ik heb er al een manuscript over klaarliggen. 

Wat is uw devies?

Als je van meerdere culturen bent, moet je reizen naar je landen, anders word je doodongelukkig: je kunt ook ongelukkig zijn zonder dat je doorhebt dat het daardoor komt, doordat je de prioriteit geeft aan één van je landen en je echte verhaal niet accepteert.

Google+