Literair Paspoort Daniël Deegen

Naam:                   Deegen

Voornaam:            Daniël

Nationaliteit:         Nederlands

Geboorteplaats:   Amsterdam

Geslacht:               M

Sterrenbeeld:        Vissen

Lengte:                  1.81 

Kleur ogen:           blauwgrijs

Beroep:                 schrijver, psychiater

 

 

Wat is uw huidige gemoedstoestand?

Zonnig, omdat het zomer is en bijna vakantie. En omdat NPO Spirit  - naar aanleiding van mijn roman  - net een liefdevol gefilmd portretje heeft gemaakt van mijn moeder en mij. 

Waarover gaat het laatste boek dat u schreef?

De roman Mijn moeder is een vaderjood is een boek met een autobiografische inslag. Waarom eigenlijk niet helemaal autobiografisch? Never let the truth get in the way of a good story, is een bekend gezegde. Soms is de werkelijkheid te mager voor een verhaal en soms weer te heftig, Kortom, ‘Alles für das Buch.’

In de roman wordt het leven beschreven van de ik-figuur Denzel en zijn familie. Denzel, die in de hoofdstukken wat betreft leeftijd wisselend tussen de 8 en 32 jaar is, ontdekt steeds meer over zijn joodse grootvader die in de Tweede Wereldoorlog is omgekomen, en over zijn Duitse grootmoeder die na haar huwelijk met zijn opa nog veel mannen heeft versleten, omdat ze door haar oorlogstrauma niet alleen kon zijn. Er wordt nauwelijks gepraat over opa, maar toch is hij sterk aanwezig in de levens van de hoofdpersonen.

De relatie tussen Denzels moeder en oma is een haat-liefde verhouding, en deze relatie heeft sterke invloed op het gezin waarin Denzel opgroeit. Denzel ziet hoe zijn moeder zich niet kan losmaken van zijn oma, maar kan hij zich op zijn beurt wel losmaken van zijn moeder? En in welke mate bepaalt het lot van de overleden joodse grootvader de identiteit van zowel de moeder als de ondertussen volwassen Denzel?

Het lijken zware thema’s, die echter op een lichtvoetige manier worden beschreven. De roman schetst bovendien een humoristisch tijdsbeeld van de jaren zeventig, bezien door de verbaasde ogen van een vroegwijs jongetje. 

Welke plek op de wereld heeft u en uw werk het meest beïnvloed?

Ik heb het even nageteld: ik was in 59 landen en kan niet wachten op meer. Maar ook voor mij geldt, wat Goemans al dichtte:

‘k Heb veel gereisd en al vroeg de wereld gezien

En nimmer kreeg ik genoeg van ‘t reizen nadien

Maar ergens bleef er een sterk verlangen in mij

Naar Hollands kust en de stad aan Amstel en IJ

 Dat verlangen leidde ook wel eens tot tranen van gemis, bij de gedachte aan Vasalis:

Luchtspiegeling



Midden in deze woestenij

van zon, stenen en droog gewas

zie ik opeens mijn eigen land

- onaangetast door deze brand:

bleek water, mist over een wei.

zie ik hoe koel en zacht dat was.



IJl als de dunne, dode maan,

die overdag is blijven staan,

maar meer dan een herinnering,

begeerlijker dan enig ding

zie ik verre water blinken

trachten mijn ogen het te drinken.

 

Mijn moeder is een vaderjood speelt zich grotendeels in Amsterdam af. Nadat ik daar 35 jaar gewoond heb, ben ik verhuisd naar Zwolle, waar mijn geliefde vandaan komt. Maar ik blijf een Amsterdammer, ook als ik er niet ben. De heimwee slaat soms zo heftig toe dat het horen van  ‘Aan de Amsterdamse grachten’ me in tranen achterlaat..

Wie zijn uw helden?

Ik ben niet zo van de helden. Omdat er zoveel mensen zijn die op allerlei (alledaagse) niveaus indrukwekkende dingen doen. Omdat op de illusie van heldendom vaak desillusie volgt. En omdat inspirerende mensen nogal eens groot in het grootse zijn en tegelijkertijd klein in het kleine. Anders gezegd: goed voor de mensheid, maar niet zo goed voor de mensen die hen nabij zijn. 

Welke schrijver of welk boek wilt u nog eens nareizen?

Graag zou ik eens in de magisch-realistische wereld van Haruki Murakami willen kijken,  hoewel dat waarschijnlijk niet lukt. Toch zou ik wel een keer naar Japan willen. Ook om rond te lopen op het eilandje Deshima, waarover David Mitchell het weergaloze De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet schreef. 

Welke boeken leest u het liefst op reis?

Ik ben een zuivere fictielezer en ongeacht het vervoer gaat er een stapel boeken mee, van papier. E-readers houden niet zo van zon of regen, zand of gebrek aan stroom. Het is heerlijk om af en toe niet zelf te denken, maar door het lezen te denken met het hoofd van een ander (Schopenhauer), of juist niet te denken: lezen als een geleide vorm van meditatie. 

Wat neemt u altijd mee in uw koffer?

Oordopjes, het liefst van Ohropax, die weliswaar “het gevoel geven dat een olifant in je oor copuleert” (Sylvia Witteman). Maar samen met een boek heb ik weinig anders nodig om in allerlei omstandigheden even gelukkig te zijn. 

Wat is uw ergste reiservaring?

Zonder verlicht te willen klinken: die zijn er niet. Met geweld beroofd worden, 20 kilo afvallen door tropische ziektes, dagenlang vastgehouden worden in Niemandsland omdat ik het ene land al uit was en het andere land niet in mocht, bagage kwijt, ongevraagde en ongewenste prostituees in je hotelkamer, verdwalen in een sloppenwijk, slapend een meertje in gesleurd worden omdat ik zo stom was om de tent in een droge rivierbedding neer te zetten, een noodlanding, of hevig onweer zonder de mogelijkheid te kunnen schuilen: ik had het allemaal graag willen missen en ik heb er niets van geleerd. Maar het is gebeurd en nu zijn het mooie verhalen. Het ergst is als het leven te veel voortkabbelt en reisvooruitzichten nog ver weg zijn. Er is zoveel te beleven!

Wat is uw devies?

Vier het leven, het duurt maar even!


Google+