Jane Austens Bath

Jane Austen & Bath: een haat-liefdeverhouding.

De eerste én de laatste roman die ze schreef spelen zich er af, ze bezocht er haar broer die er zijn jicht liet behandelen en ze woonde zelf in Bath van 1801 tot 1806.

Aanvankelijk genoot ze met volle teugen van deze wereldse stad, maar toch kreeg Jane Austen (1775 - 1817) hoe langer hoe meer een hekel aan Bath. Deze haat-liefdeverhouding weerhoudt de stad er niet van om flink te koop te lopen met hun beroemdste inwoner ooit.

Ik trad in de voetsporen van Austen en onderzocht waarom ze Bath niet langer leuk vond, terwijl de stad in het zuidwesten van Engeland dankzij haar Werelderfgoedstatus inmiddels bij velen een geliefde plek is.

Honorary Guides

“This is where Jane Austen walked”, zegt gids Audrey, “this is the Gravel Walk.”

Audrey is niet zomaar een gids, maar een van de ‘Mayor of Bath’s fully trained Honorary Guides’. Zij en tientallen andere hooggeëerde gidsen geven gratis walking tours door Bath. Zelfs een fooi willen - en mogen - ze niet in ontvangst nemen.

Bath © Joanna Henderson

Bath © Joanna Henderson

De wandeling van zo’n twee uur voert langs de highlights van de Werelderfgoedstad, maar deze enthousiaste lokale gids barst ook van de leuke weetjes over minder beroemde zaken. (“Mary Shelley kwam speciaal naar Bath om Frankenstein te proeflezen.”) Na anderhalf uur door de miezerregen, vertelt ze eindelijk wat over Jane Austen.

 

“I’m sorry I haven’t talked about Jane Austen much”, zegt ze, “but she hated Bath!”

Oké, uitgebreid vertellen over iemand die Bath eigenlijk haatte, is misschien niet zo’n goede reclame. Maar toch ben ik teleurgesteld dat er niet meer dan twee zinnen aan haar vuil werden gemaakt. In het Jane Austen Centre worden die twee zinnen vast ruimschoots gecompenseerd.

Jane Austen Centre

Hij schijnt de meest gefotografeerde man van Engeland te zijn: bij de ingang van het Jane Austen Centre staat Martin Salter, geheel gekleed in Regency- stijl. De typische witte halsdoek en de voor die tijd hippe hoge hoed ontbreken niet. Ondanks de aanhoudende regen neemt hij zijn hoed voor me af en maakt een hoffelijke buiging als ik het gebouw binnen stap.

Het Jane Austen Centre - compleet gewijd aan ‘celebrating Bath’s most famous resident’ - is gelegen op Gay Street nummer 40, in het centrum van Bath. Het is maar een eindje van nummer 25, waar Jane Austen na de dood van haar vader enkele maanden gewoond heeft.

Ik loop de smalle trap op naar de eerste verdieping, waar de rondleiding begint. Een aandoenlijke jongedame - gekleed in een witte jurk die prachtig tot de grond valt en met lang blond haar dat is getooid met een witte veer - vertelt hoe het leven van Jane Austen er moet hebben uitgezien tijdens haar verblijf in Bath: opdofferij voor dansavonden in de Assembly Rooms en eindeloze wandelingen om de juiste mensen tegen te komen.

Vermoed wordt dat het gezin juist naar Bath is verhuisd om huwelijkskandidaten voor Jane en haar zus Cassandra te vinden, vertelt ze. Een ‘markt’ waar ze veelvuldig over schreef: “Bath werd een belangrijke bron voor de satire in haar werk.”

Na het minicollege over Jane Austen en haar familie, loop ik verder door een smalle tentoonstelling, met tekeningen, citaten en kledingstukken. Een documentaire van een kwartier, een wassen beeld van de hoofdpersoon en de mogelijkheid om jezelf in Regency-kledij te hijsen is alles wat het Jane Austen Centre verder nog te bieden heeft.

Eenmaal buiten merk ik dan ook dat ik wederom teleurgesteld ben: voor dat praatje en het wassen beeld van Jane Austen had ik die 12 pond liever in mijn zak gehouden.

Ik besluit een stukje verder de straat in te lopen, om te kijken bij nummer 25. De straat loopt schuin omhoog en is druk met mensen die van hun werk vandaan komen, het loopt al tegen de avond.

Behalve een steiger voor werkzaamheden valt er bij nummer 25 niets te zien, geen gedenksteen, geen bordje. Misschien is het tijdelijk weggehaald vanwege de werkzaamheden; of zou toch niet iedereen op hordes ‘Janeites’ zitten te wachten?

Van Pump Room naar Roman Baths

Het is een drukte van jewelste in het centrum van Bath als de volgende ochtend toch de zon doorbreekt. De oude gebouwen, met hun typische Bath Stone, lichten extra op door de felle zon. Hordes toeristen die zich een dag eerder in hun hotelkamer hadden verstopt, bevolken nu de straten.

Ik schuifel achter het winkelend publiek aan door Cheap Street en sla dan af naar Bath Abbey en de Roman Baths. Op het verzamelpunt voor de gratis walking tours staan nu wel honderd mensen te wachten (gelukkig maken de gidsen kleinere groepen), de rij voor de Roman Baths gaat helemaal de hoek om en bij de Pump Room moeten mensen wachten op een tafeltje om hun ‘morning tea’ te nuttigen.

Al in Austens tijd was dit een van de plekken in Bath waar het allemaal om te doen was. Van heinde en verre kwamen mensen naar Bath ‘to take the waters’, ofwel voor een behandeling met het heilzame water uit de natuurlijke bron. Waar eerst het werkelijke baden in zwang was, verschoof later het doktersadvies naar het drinken van ‘Bath water’ tegen allerlei kwalen, zoals jicht.

De Pump Room, de eerste versie was gebouwd in 1706, was de plek waar dat gebeurde. In de achttiende eeuw groeide de hele stad uit tot een kuuroord, waar niet alleen zieken kwamen. Dankzij de inspanningen van socialite Beau Nash groeide Bath uit tot een toeristische trekpleister.

De Assembly Room, waar volop bals werden georganiseerd, werd gebouwd in 1708, gevolgd door theaters en parken. In 1742 werd zelfs de eerste officiële reisgids voor Bath uitgebracht. Ieder jaar kwamen er zo’n vijftienduizend toeristen naar Bath.

Het moet voor Jane Austen in die tijd net zo druk gevoeld hebben als de miljoen jaarlijkse bezoekers van nu, bedenk ik me, als ik toch maar in de rij ga staan voor de Roman Baths als die na enige tijd flink korter is geworden.

Every morning now brought its regular duties - shops were to be visited; some new part of the town to be looked at; and the pump-room to be attended, where they paraded up and down for an hour, looking at everybody and speaking to no one
— Jane Austen, Northanger Abbey

De belangrijkste trekpleister van de Werelderfgoedstad was in haar tijd nog niet eens volledig opgegraven. Inwoners in het centrum van Bath klaagden altijd al over vochtige kelders, zonder het fijne te weten van het enorme Romeinse complex met tempels en badhuizen, diep onder de grond.

De entree voor het tegenwoordige museumcomplex bevindt zich in het gebouw naast de Pump Room, dat er in Jane Austens tijd nog niet stond, een Victoriaanse concerthal gebouwd in 1897.

Zodra de mensen in de rij voor me door het gebouw zijn opgeslokt en ik een kaartje heb bemachtigd, vergeet ik de hordes toeristen om me heen, zowel binnen als buiten het gebouw.

Direct na binnenkomst kijk je neer op het Great Bath, dat onder straatniveau ligt, en ik waan me in Romeinse sferen. De damp slaat van het hete water af. Snel wil ik naar beneden, om het van dichterbij te bekijken, maar het museum leidt je door een ondergrondse tentoonstelling heen.

Op de weg naar het Great Bath val ik van de ene fascinatie in de andere: er was een hele ingenieuze constructie nodig om het opborrelende, warme bronwater van het ene naar het andere bad te geleiden en de loden pijpen, die zo’n tweeduizend jaar geleden voor dit doel zijn gemaakt, liggen er nog steeds!

De tentoonstelling wisselt af tussen Romeinse technologische hoogstandjes en latere vondsten. Er zijn tal van edelstenen gevonden bij het ‘afvoerputje’, vermoedelijk uit sieraden van badende patiënten, die niet konden bevroeden dat de lijm die de edelstenen op hun plaats moest houden door het hete water week zou worden en aan kracht zou verliezen.

Ook een van de meest opmerkelijke archeologische vondsten in de Britse geschiedenis werd gedaan in Bath: welgeteld 17.577 Romeinse munten zijn in Beau Street in 2007 opgegraven en worden nu ten dele tentoongesteld in het museum.

Maar het meest in het oog springend zijn de talloze ‘curse tablets’: kleine metalen plaatjes waarin boodschappen aan de godin Sulis Minerva zijn gegraveerd. Ze wordt met name gevraagd om de dieven te vergelden die kledingstukken stalen terwijl de eigenaar aan het baden was...

Afternoon Tea

Om alle indrukken te laten bezinken ga ik voor een kop thee naar het authentieke zaakje The Bath Bun, aan het plein ‘Abbey Green’, vlak achter de Pump Room en Roman Baths. De ’tea shoppe’ bestaat al sinds 1761, lees ik op de menukaart.

Ik bestel de huisthee, met melk. Ik vraag me af of Jane Austen hier ook thee zou hebben gedronken, in haar brieven schreef ze immers over de ‘Bath buns’, de typische zoete broodjes.

Zou ze hier hebben gezeten met vriendinnen, of met haar zus, om te roddelen over de mensen die ze in de Pump Room hadden gezien? Of om na te genieten na een lange wandeling door de Sydney Gardens? Of om weg te zwijmelen bij de gedachte aan haar potentiële eigen captain Wentworth?

Ik word uit mijn gedachten opgeschrikt door het Amerikaanse echtpaar dat aan het kleine tafeltje naast me gaat zitten en bijna het decoratieservies uit de vensterbank omstoot. Nog voordat ze het menu hebben bekeken, roepen ze de serveerster.

Misschien kwam Jane Austen hier wel helemaal geen thee drinken, de hordes toeristen uit haar tijd mijdend. Wat dat betreft is er niet veel veranderd, bedenk ik me. Met een glimlach luister ik naar het kibbelende stel, ze komen er maar niet uit hoeveel dollar een pond is en of de thee met scone nu duur is of niet.

Plotseling kan ik me wel voorstellen dat Jane Austen na jaren in Bath te hebben gewoond er een hekel aan kreeg. Met al die nieuwe bezoekers iedere dag en sociale conventies waar ze maar niet onderuit kon komen, terwijl ze vast liever op haar kamer zat te schrijven.

Ik reken mijn thee af en besluit niet langer de plekken op te zoeken waar Jane Austen gelopen heeft. In plaats daarvan stop ik bij de boekhandel, koop Persuasion en Northanger Abbey en sluit me de rest van mijn verblijf op in mijn hotelkamer. Want alleen zo, wist ik inmiddels, komt Jane Austens Bath écht tot leven.

Meer informatie

Visit Britain

Visit Bath

 

Wilke Martens is freelance (reis)journalist en schrijft onder meer voor National Geographic Traveler, Promotor en Opzij. Ze woonde anderhalf jaar in Laos, waar ze leerde koken in de jungle, ze doorkruiste een groot deel van Zuidoost-Azië en scheurde op een minimotor door Engeland.

 

Google+