In de hoefsporen van Robert Louis Stevenson

De Schotse schrijver Robert Louis Stevenson was gek op reizen. Zijn reisverslag Travels with a Donkey in the Cévennes (1879) is een klassieker. De Literaire Toerist liep de Franse wandelroute Route de Stevenson, compleet met koppige ezel.

Het is 's ochtends vroeg in het dorpje Langogne, in het midden van de Cevennen. Onrustig staat mijn huurezel te stampen in zijn trailer. Zijn uitbundige geblak weergalmt tussen de oude stenen huizen. Geduldig laat manegehoudster Anna hem zijn gang gaan.

"Dit is Calin", zegt ze als de laatste echo is weggestorven. "Calin is net een kind. Hij houdt van theater, maar hij is ook erg lief. En koppig. Maar daar kom je zelf wel achter."

Nadat ze hem uit de trailer heeft gevoerd legt Anna uit hoe ik Calin elke ochtend moet optuigen op onze driedaagse trektocht over de Route de Stevenson, alias de GR 70. Eerst moet ik het zachte dekkleed over zijn rug leggen, dan een houten frame en daarna aan weerszijden twee tassen.

Anna Goubert legt uit hoe ik Calin optuig © Jan Hazevoet

Anna Goubert legt uit hoe ik Calin optuig © Jan Hazevoet

"Die moeten even zwaar zijn, zodat ze recht hangen", drukt Anna me op het hart. "En pas op dat er geen puntige dingen in zitten", zegt ze bezorgd. 's Avonds moet ik alles weer aftuigen, zijn vacht borstelen en zijn hoeven uitpeuteren. "Echt doen hoor, want als er steentjes in zitten doet het pijn."

Dan vertrekken we. Of nou, dat is de bedoeling. Want net zoals Anna met moeite de leidsels afgeeft, vindt Calin het maar niets dat baasje niet meegaat. Een paar honderd meter lang blijft hij achterom kijken, om te zien waar ze blijft. Pas als Anna uit het zicht is verdwenen loopt hij mee, oren in de nek. Alsof hij wil zeggen 'ok, gast, jij wint dit keer. Maar onder protest'. Via zijn oren kan ik zien wat hij denkt, merk ik al snel. Een oor naar achteren betekent zoiets als een wenkbrauw omhoog bij mensen: 'gast, werkelijk?' Als hij ze rechtop naar voren richt, dan is dat omdat daar iets interessants is.

Oren naar achteren betekent meestal niet veel goeds © Jan Hazevoet

Oren naar achteren betekent meestal niet veel goeds © Jan Hazevoet

Ze hield koppig vast aan haar eigen tempo; alleen met klappen kwam ze vooruit, en zelfs dat maar voor een seconde. Ik moest achter haar lopen en haar onophoudelijk afrossen. Als ik maar even pauzeerde nam ze weer haar eigen pas aan.
— Travels with a Donkey in the Cévennes

We lopen door bossen en velden, via oude paden en zien niemand. Dit was en is nog steeds de dunst bevolkte streek van het land. De dorpjes zijn uitgestorven, de boulangeries en charcuteries lang geleden gesloten. De enige levende wezens zijn paarden en koeien in de wei, die Calin strak aankijken, alsof ze water zien branden. ‘Jezus, een ezel! Kijk jongens, een ezel!’

De dieren in de wei vinden Calin echt superinteressant © Jan Hazevoet

De dieren in de wei vinden Calin echt superinteressant © Jan Hazevoet

De herfst is snel aan de invallen. De ochtenden zijn koud, al bijna rond het vriespunt. De bladeren zijn geel en bedekken het pad. We worden nieuwsgierig bekeken door roodbruine koeien met zachte ogen en lange wimpers. De hemel is overdekt en de zon laat zich maar heel af en toe zien.

Lopen met een ezel gaat traag. Calin loopt zo snel als hij zin heeft, want voor hem is de reis interessanter dan het doel. Hij vindt die blaffende hond aan de overkant van de vallei belangrijker, of dat lekkere blaadje, of die mesthoop. Dat we die dag ook een doel hebben en ergens moeten zijn, dat lijkt hem niet te interesseren. Ik geef hem maar zijn zin. Calin snapt de zen van wandelen beter dan mensen, denk ik.

Wat mijzelf betreft, ik reis niet om ergens naartoe te gaan, maar om te gaan. Ik reis om het reizen. Het belangrijkste is om in beweging te komen, om de behoeftes en haperingen van ons leven van dichtbij mee te maken; om dit donzen dekbed van de beschaving weg te slaan, en om de granieten aarde met zijn scherpe kiezels onder de voeten te voelen. Maar helaas, we raken verder in het leven en verstrikt in alledaagse zaken, en dan wordt zelfs een vakantie iets waarvoor we moeten werken.
— Travels with a Donkey in the Cévennes

Rond het middaguur heeft Calin opeens geen zin meer om verder te lopen. Ik moet hem bijna voorttrekken aan het leidsel. Het voelt alsof ik zo’n krachtpatser ben in een wedstrijd vrachtwagentrekken.

“Hij gaat je testen”, had Anna al gewaarschuwd. “Hij weet het meteen als je onzeker bent. Dan gaat hij met je aan de haal.” Ik laat Calin maar even. Wie ben ik om hem te zeggen wat hij moet doen? Pas als ik uitgeput ben van het trekken en hem mijn hele voorraad appels heb gegeven, zet hij er de pas in.

Op wegen ging ze koppig voorop lopen, alsof ze de wind in de zeilen had; maar op heide of gras werd ze helemaal gestoord. De neiging van verdwaalde reizigers om in een cirkel rond te lopen was in haar zo hartstochtelijk ontwikkeld, dat ik al mijn stuursmankunsten nodig had om zelfs maar een veld over te steken in een nette rechte lijn.
— Travels with a Donkey in the Cévennes

's Avonds komen we aan bij onze overnachting, een chambre d'hote midden in een uitgestorven bos. De eigenaar krijgt wel vaker lastdieren aan de deur, vertelt hij. Hij heeft een aparte weide voor ze ingericht. Maar wandelen met een dier betekent dat je niet kan neerploffen aan het einde van de etappe. Eerst komt de verzorging.

Calin pauzeert bij een meertje © Jan Hazevoet

Calin pauzeert bij een meertje © Jan Hazevoet

Ik bind Calin vast aan een paaltje, en doe wat Anna me die ochtend voorgedaan heeft. Calin weet wat hij moet doen; gehoorzaam geeft hij elke hoef aan. Meteen als ik hem losmaak, loopt hij naar het hobbyvee in de wei ernaast. Van mij moet hij niets meer hebben. Een nukkig varken komt hem uitchecken. De hele avond blijven ze naast elkaar staan: twee zielen die elkaar gevonden hebben. ‘Heb jij soms ook zo’n hekel aan mensen?’ ‘Man, breek me de bek niet open.’

Net als een kind is Calin de volgende ochtend idioot vroeg wakker. Met een luid gebalk laat hij het bos weten dat hij hier is. Hij heeft er zin in vandaag, merk ik. Met een koket drafje gaat hij van start. Weer komen we urenlang niemand tegen, totdat Calin opeens de oren spitst. Tussen de bomen staat een jager in een feloranje hesje. “Hazenjacht”, verklaart de man. Even later duikt er inderdaad een tekkel tussen de bomen, luid hijgend en blaffend. ‘Uitslover’, zie ik Calin denken. ‘Rennen voor je baas, tsss.’

Na de eerste dag, alhoewel ik soms gekwetst en afstandelijk tegenover haar deed, behield ik mijn geduld; en wat haar betreft, arme ziel! ze was me als een god gaan beschouwen. Ze hield ervan om uit mijn hand te eten. Ze was geduldig, elegant gevormd, de kleur van een ideale muis, en onnavolgbaar klein. Haar gebreken waren die van haar ras en sekse; haar deugden waren van haarzelf.
— Travels with a Donkey in the Cévennes
Calvin wil niet meer © Jan Hazevoet

Calvin wil niet meer © Jan Hazevoet

Tijdens de steile afdaling naar de vallei van de Allier toont Calin zich op zijn best. Handig trippelt hij over de losse stenen en gladde bladeren. Maar beneden, waar de beschaafde wereld zich weer aandient, gaat hij op de rem staan. We moeten de riviervallei oversteken. En daarvoor moeten we een stuk Route Nationale volgen. Maar Calin vindt dat maar niets.

Ik zie ook waarom: op het wegdek liggen gladgesleten stukken asfalt, die spekglad zijn voor hoefijzers. Ondertussen razen de auto's langs. Ik zet mijn volle gewicht in om hem vooruit te trekken. Het helpt weinig. Moet ik dan toch strenger zijn? Ik geef hem een klap met de leidsels op zijn kont en roep “Allez, Calin!” Hij reageert met een oor naar achteren.

Als we aan het einde van de dag weer noodgedwongen een autoweg op moeten lopen, wordt hij echt koppig. Hij rukt zijn los en gaat bokkig gras staan eten in de berm. Ik sla hem weer met de leidsels, maar hij anticipeert door zijn kont aan te spannen. Ik voel me net een slechte vader die uit frustratie zijn kind slaat. Ik geef me gewonnen en zet hem vast aan een verkeersbord, waarop hij prompt stopt met eten. Heeft hij misschien al genoeg gegeten? Kunnen we verder? Nee; zodra ik hem weer losmaak en hem aan het lopen wil zetten, gaat hij weer mokkend grazen. Kan iemand mij ezelpsychologie uitleggen?

Maar erg boos kan ik niet zijn. Het is nu eenmaal een kind. En ik kan alleen maar bewondering hebben voor de onverstoorbare manier waarop hij graast. Hij heeft hele gevoelige lippen, waarmee hij elegant een pluk gras pakt, draait, en in een ruk afmaait.

Pas tegen zonsondergang komen we bij onze logies aan, het Notre Dame de la Neige. Dit afgelegen klooster wordt gerund door monniken die ook gastenkamers hebben. Stevenson overnachtte er en er lijkt letterlijk niets veranderd in die anderhalve eeuw. Calin krijgt een eigen weide met water en hooi. Stoïcijns gaat hij onder een afdakje staan en kijkt me niet meer aan.

“Dieren zullen altijd proberen je de baas te worden”, zegt een monnik als ik Calin de volgende ochtend opzadel. “Maar dat moet je niet toelaten. Je moet hem laten merken dat jij de leider bent.” Het klinkt erg ouderwets-christelijk, maar misschien zit er wat in. Calin zijn zin geven, zoals ik de eerste dag deed, werkt niet. Kwaad worden, zoals gisteren, ook niet.

Vandaag ga ik dan maar een andere tactiek gebruiken: consequent en duidelijk. Daar hebben kinderen het meeste aan, dus misschien werkt het ook voor ezels. Ik ben onverbiddelijk: nee betekent nee. Geen afwijken naar lekkere blaadjes of gras, geen poep uitchecken. Elke keer als hij afwijkt, zeg ik streng “non, Calin”. Zodirect gaan we pauzeren, niet eerder. Ik bind je nu hier vast en je krijgt een appel, meer niet.

 Het voelt net alsof ik een grote, trouwe hond aan de lijn heb © Jan Hazevoet

 Het voelt net alsof ik een grote, trouwe hond aan de lijn heb © Jan Hazevoet

Calin lijkt het te snappen er loopt braaf mee. Het voelt net alsof ik een grote, trouwe hond aan de lijn heb. We halen zelfs wandelaars in en doen de dagetappe in recordtijd: al in de voormiddag zijn we op onze bestemming. Daar krijgt hij van de hoteleigenaar een afgebakend stuk bos, water, hooi en gerst. Ik vraag een kamer waar ik hem kan zien. Een paar keer balkt hij hartverscheurend. Elke keer als ik voor het raam verschijn, kalmeert hij. 

“Hoe heet hij?”, vraagt de hoteleigenaar.

“Calin”, antwoord ik.

“Je weet wat dat betekent?”, zegt de herbergier. “Nee? Nou, zoiets als Knuffel.”

Ezelsren zijn heerlijk donzig © Jan Hazevoet

Ezelsren zijn heerlijk donzig © Jan Hazevoet

Een meer treffende naam had hij niet kunnen hebben, bedenk ik me. Want dat is hij gewoon: een grote knuffel. Om het uur kom ik bij hem langs, met stukjes stokbrood, appels en wortels. Elke keer als hij me hoort aanlopen, spitst hij zijn oren.  

De volgende ochtend komt Anna aanrijden met de fourwheeldrive en de trailer. Voor de laatste keer peuter ik zijn hoefjes uit en klop ik zijn vacht uit. Ik neem zijn grote kop in mijn armen en geef hem een dikke zoen op zijn witte neus. Als Anna met hem wegrijdt in de trailer, blijf hij naar me achterom kijken, oren parmant naar voren.


Travels with a Donkey in the Cévennes (1879) is het verslag van een 12-daagse tocht door de Cevennen, bijna 195 kilometer lang. Het wordt beschouwd als een pionierswerk in de outdoor-literatuur. Stevenson liep de route samen met Modestine, een koppige, manipulatieve ezel die hij nooit echt de baas werd.

Stevenson was - net als de andere schrijvers van zijn tijd - beïnvloed door de Romantiek. Het boek kent dan ook zeer kleurrijke en schilderachtige beschrijvingen van het landschap. Maar bij zijn ontmoetingen met mensen was hij een moderne etnograaf. In plaats van ze als edele wilden af te schilderen - zoals in zijn tijd gebruikelijk was - deed hij iets nieuws: hij zette mensen neer zoals ze echt waren. Het reisverhaal legde daarin de grondslag voor het journalistieke reisverhaal zoals wij dat kennen.

Boek je ezel

Calin is bereikbaar via www.avecunane-randonnee.com

De Route Stevenson loopt voor een groot deel door het Franse departement Lozere:  www.lozere-tourisme.com

Het Frans Bureau voor Toerismewww.France.fr

Jan Hazevoet is wereldreiziger/journalist/fotograaf. Hij reisde naar meer dan honderdenveertig landen, trok heel Europa door op zoek naar Romeinse slagvelden en vocht tegen draken op de Galapagoseilanden . Hij woont momenteel in Amsterdam met kat (Nero) en vrouw (Moppie)

 


Google+