Het zeepje van Joyce

Het beroemdste zeepje uit de wereldliteratuur koop je in Dublin.

Meneer Blom bracht een stuk zeep naar zijn neusgaten. Zoete lemoenachtige was.
— Ulysses, James Joyce

Tijdens een literaire bedevaart in het centrum van Dublin mag een bezoek aan Sweny’s Apotheek op 1 Lincoln Place niet ontbreken. Het staat uitgebreid beschreven in het boek Ulysses van James Joyce als zijnde de slechtste apotheker van de stad.

Sweny © David Bronkhorst

Sweny © David Bronkhorst

Het was hier dat de hoofdpersoon, Leopold Bloom, op 16 juni 1904 langsging om een huidlotion te kopen voor zijn vrouw Molly. Terwijl hij daar is koopt hij meteen ook een citroenzeepje voor zichzelf, te gebruiken in het Turkse bad. Het zeepje inspireert hem tot de volgende gedachten:

Lekker ruiken die zeepjes. Pure kernzeep. Tijd om een bad te gaan nemen om de hoek. Hamman. Turks. Massage. Vuil verzamelt zich in je navel. Lekkerder als een leuk meisje het deed. Ook denk ik dat ik. Ja ik. Het doen in bad. Rare verlangens die ik. Water bij water. Nuttige met het aangename verenigen.
— Ulysses, James Joyce

Bloom belooft de apotheker later voor het zeepje te betalen, maar vergeet zijn belofte. Het zeepje wisselt daarna een aantal keer van plek, van broekzak tot borstzak en verschijnt even later zelfs als een karakter in het boek:

DE ZEEP

Bloom en ik, we zijn een Koppel roemrucht.

Hij polijst de aarde en ik poets de lucht.
— Ulysses, James Joyce

De apotheek heeft echt bestaan. Toen James Joyce student was, kwam hij er langs om met apotheker Frederick William Sweney een recept te bespreken, zoals uitgebreid beschreven staat in hoofdstuk 5 (Lotus Eaters) van Ulysses, in citaten als:

Bij Sweny aan de Lincoln Place. Drogisten verhuizen haast nooit. Hun groene en gouden vuurtorens van stopflessen te zwaar om van hun plaats te krijgen.
— Ulysses, James Joyce
Sweny apotheker © David Bronkhorst

Sweny apotheker © David Bronkhorst

Vandaag de dag ziet de apotheek er nog steeds uit zoals in de tijd van Joyce.  Het is weliswaar geen apotheek meer, maar een verzamelplaats voor Joyce fanaten. Vooral op Bloomsday, de dag dat deze liefhebbers samenkomen in Dublin om de dag van Bloom te vieren, zit de Sweney’s stampvol.

Tussen stapels boeken zitten vrijwilligers en klanten zich door het verzameld werk van Joyce heen te ploeteren. P.J. Murphy, in een ouderwetse witte apothekersjas, staat achter de mahoniehouten toonbank de klanten en literatuurminnaars te woord. Achter hem staan kasten volgepropt met stoffige boeken, zwart wit foto’s en authentieke apothekerspotten.

Met weinig verbeelding ruik je er de scherpe geur van geneesmiddelen, de stoffige droge geur van sponzen en luffa’s, zoals beschreven door Joyce. Albasten leliepotten, ontsmettingsmiddelen, vijzel en stamper, ongebruikte recepten: Sweney oogt als een vreemd literair museum. De echte Mr Sweney kijkt toe vanuit een zwart wit foto. Door Joyce beschreven als:

Lijkt of ie naar rul dor zand ruikt. Verschrompelde schedel. En oud.
— Ulysses, James Joyce

Natuurlijk koop je er het beroemde citroenzeepje, gewikkeld in bruin papier met etiket en authentiek Sweny stempeltje (5 euro), om daarna je weg langs alle andere literaire locaties van Dublin te vervolgen. Of jij je ermee gaat wassen, moet je zelf weten, het heeft een vrij penetrante geur. Volgens ingewijden helpt het zeepje in ieder geval goed als geluksbrenger om het boek Ulysses van begin tot eind probleemloos te kunnen lezen.

 

Sweny

1 Lincoln Place

www.sweny.ie

Meer informatie over Ierland en Dublin:

www.ireland.com

www.visitdublin.com

 

Bron citaten: James Joyce, Ulixes (vertaald door Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkens), Singel Uitgeverijen, juni 2012en 9789025369750

 

David Bronkhorst is freelance reisjournalist, fotograaf, blogger en schrijver. Hij doorkruiste de Negev woestijn op een ezel en schreef een roman over zijn beroemde circusfamilie (Het geheim van Carré bij AtlasContact). Hij publiceerde in onder meer Het Parool, Metro en Leven in Frankrijk.

Google+