Het nieuwe Berlin Alexanderplatz

Na 85 jaar verschijnt binnenkort voor het eerst een nieuwe vertaling van Berlijn Alexanderplatz, een van de belangrijkste werken uit de Duitse moderne literatuur.

Hoewel Berlijn de afgelopen eeuw grondig is verwoest en verbouwd, is er nog verrassend veel over van het decor en de spelers in deze Großstadtroman van Alfred Döblin. Al vind je het soms niet meer op dezelfde plek.

Berlin Alexanderplatz speelt zich af in 1927 en ‘28, turbulente jaren met hoge werkloosheid en sociale onrust. Armen komen nog net niet om van de honger en communisten en fascisten slaan elkaar op straat de hersens in.

Ondertussen rukt de moderne wereld met nieuwigheden als lichtreclames en massamedia rucksichtlos op. De stad is een grote bouwput, waarin oude gebouwen tegen de vlakte gaan en nieuwe metrolijnen en flatgebouwen uit de grond worden gestampt.

Het enorme en vlakke Alexanderplatz is uitstekend geschikt voor skateboarders. © Jan Hazevoet

Het enorme en vlakke Alexanderplatz is uitstekend geschikt voor skateboarders. © Jan Hazevoet

Hoofdrolspeler Franz Biberkopf heeft vier jaar in de gevangenis gezeten vanwege doodslag wanneer hij wordt losgelaten in deze verpletterende maalstroom. Hij wil best zijn leven beteren, maar als ex­gevangene maakt hij geen kans op eerlijk werk. Al snel raakt hij verstrikt in het schimmige circuit ten noorden van Alexanderplatz.

Eind jaren 20 was dat een arbeiderswijk, met rokerige kroegjes, kleine bioscopen, werkplaatsen in de binnenhoven en scharrelaars en hoeren op straat. Maar omdat de authentieke oude huizen de 20ste eeuw hebben overleefd (en met de bouwwoede van de jaren ‘20 en ‘30, de Tweede Wereldoorlog en de Muur is dat best een wonder) is het tegenwoordig het hipste deel van Berlijn.

Op de Rosenthaler Platz zitten geen rokerige kroegjes meer, maar cafés als Sankt Oberholtz, het epicentrum van 'fin­tec' Berlijn. Berlijn is tegenwoordig de stad waar je faalt of slaagt als internet start­up, en Sankt Oberholtz is de plek om te zien en gezien te worden. Waar 100 jaar geleden arbeiders hun biertje dronken, zitten nu twintigers met laptop en latte te hopen dat ze ontdekt worden.

Cafe Sankt Oberholtz op de Rosenthalerplatz is de plek om te zien en gezien te worden. © Jan Hazevoet

Cafe Sankt Oberholtz op de Rosenthalerplatz is de plek om te zien en gezien te worden. © Jan Hazevoet

En er zaten daken op die huizen, die hingen op de huizen, zijn ogen dwaalden naar boven: als die daken er maar niet afgleden, maar de huizen stonden recht. Waar moet ik, arme donder, naartoe, hij sleepte zich langs de muur van huizen, er kwam geen einde aan.
— Alfred Döblin, Berlin Alexanderplatz
Stolpersteine in de Rosenthaler Strasse herinneren aan afgevoerde Joden. © Jan Hazevoet

Stolpersteine in de Rosenthaler Strasse herinneren aan afgevoerde Joden. © Jan Hazevoet

In ‘smalle, donkere’ Sophienstrasse even verderop (waar Franz Biberkopf door een aardige Joodse man wordt opgevangen die merkt dat hij een paniekaanval heeft) zitten tegenwoordig gelikte boetiekjes en handgemaakte­kledingwinkels. Het enige dat herinnert aan de grote Joodse gemeenschap die Berlijn toen had, zijn zogenoemde 'Stolpersteine': koperen plaquettes in de stoep voor de huizen waarvan de Joodse bewoners vermoord zijn door de Nationaal­Socialisten. Je vindt ze overal in de stad.

Behalve de Joden, de communisten en de fascisten zijn natuurlijk toch ook veel decorstukken verdwenen. Zoals het Stettiner Bahnhof, waar de treinen uit Stettin (tegenwoordig Szczecin in Polen) eindigden. Tijdens de deling stond het enorme kopstation pal aan de Muur, waardoor het nutteloos werd en uiteindelijk maar werd afgebroken.

Maar wat gaat deze man met het schattige kalfje doen? Hij leidt het alleen aan een touw naar binnen, een reusachtige ruimte waarin de stieren brullen, nu leidt hij het diertje naar een bank
— Alfred Döblin, Berlin Alexanderplatz

Hetzelfde gebeurde met de enorme veehallen, waar op industriële schaal kuddes gedweeë koeien en varkens werd geslacht voor de groeiende, hongerige stad. Doblin illustreert met de slacht van de gewillige dieren de onvermijdelijke ondergang van menselijk drijfhout als Biberkopf. In de oorlog werd het door de geallieerden gebombardeerd; tegenwoordig is het enorme terrein een speeltuin voor nieuwbouwprojecten. Alleen de varkensstallen zijn overgebleven en wachten op een nieuwe bestemming.

Het laatste stukje van de oude veehallen wacht op een nieuwe bestemming, terwijl de nieuwbouw oprukt. © Jan Hazevoet

Het laatste stukje van de oude veehallen wacht op een nieuwe bestemming, terwijl de nieuwbouw oprukt. © Jan Hazevoet

Echt totaal onherkenbaar is de Alexanderplatz. In Biberkopf's tijd was het nog een redelijk knus plein, met warenhuizen, cafés en trams. Maar in de Tweede Wereldoorlog en de Slag om Berlijn bleef hier geen gebouw overeind staan. Vervolgens deden in de Koude Oorlog de Russen er hun ding mee, en communistische regimes houden nu eenmaal van Groots en Meeslepend en meten vooral niet met de menselijke maat.

Alexanderplatz is tegenwoordig wel drie keer zo groot als toen en het waait er altijd. Boven het plein torent nu de Fernsehturm, een van de weinige communistische paradepaardjes waar de Berlijners aan gehecht zijn geraakt.

Op de Alexanderplatz breken ze de weg op voor de ondergrondse. Men loopt er over planken. De trams rijden over het plein de Alexanderstraße op, en door de Münzstraße naar de Rosenthaler Tor. Rechts en links zijn straten. In de straten staan huizen, het ene naast het andere. Die zitten van de kelder tot en met de zolder vol mensen.
— Alfred Döblin, Berlin Alexanderplatz

De zekerheid van straatnamen waar Biberkopf zich aan vastklampt, bleek ook loos. Na de oorlog werden straten, pleinen en allees vaak hernoemd naar communistische helden. Zijn andere reddingsboeien (de routes van tramlijnen) werden opgeheven tijdens de deling van Berlijn door de Muur. De kleine ateliers en opslagplaatsen die Biberkopf en zijn bendeleden leegrooft zijn ook weg, verhuisd naar anonieme industrieterreinen buiten de stad.

Die wereld mag dan totaal zijn verdwenen, de worsteling van Franz om goed te zijn en te ontsnappen aan zijn noodlot (uiteindelijk kansloos: het meisje dat hij hoereert, wordt vermoord door een vriend en hij belandt in het gekkenhuis) is herkenbaar en tijdloos. En Berlijn is nog steeds magneet voor arme kanszoekers van buiten de stad, met hun dromen en angsten.

Het waaierige Alexanderplatz is niet de fijnste plek voor bedelaars. © Jan Hazevoet

Het waaierige Alexanderplatz is niet de fijnste plek voor bedelaars. © Jan Hazevoet

Ze zijn alleen verhuisd naar andere, armere wijken. Waar ze nu zitten? Probeer het eens bij het Rathaus Neukolln. Kettingrokende Turkse oma's met kinderwagens, dwars overstekende zigeuners en straatartiesten met versleten acts lopen er zij­aan­zij met Duitse anti's in het zwart, hoekige Poolse klusjesmannen en Russische schoonheden.

Zeker weten dat daar een moderne Franz Biberkopf tussen zit.

 

Berlijn Alexanderplatz

Berlijn Alexanderplatz werd nadat het in 1929 uitkwam een hit, dankzij de vernieuwende verhaaltechnieken die Alfred Döblin (1878 ­- 1957) gebruikte. Verhaallijnen monteerde hij aan elkaar met krantenartikels, meerdere ik­personen en geluidseffecten. Dat nieuwerwetse gedoe (en omdat Doblin een Jood was) was voor de nazi's voldoende reden om het boek op de brandstapel te gooien toen ze in 1933 de macht overnamen.

Döblin vluchtte eerst naar Zürich, vervolgens naar Frankrijk en belandde uiteindelijk in de Verenigde Staten. Na afloop van de Tweede Wereldoorlog keerde hij terug als enthousiast medewerker aan de heropbouw van Duitsland. Hij raakte echter ontgoocheld in de politieke ontwikkelingen van zijn land. Hij stierf eenzaam in het Zwarte Woud.

 

Jan Hazevoet is wereldreiziger/journalist/fotograaf. Hij reisde naar meer dan honderdenveertig landen, trok heel Europa door op zoek naar Romeinse slagvelden en vocht tegen draken op de Galapagoseilanden . Hij woont momenteel in Berlijn met kat (Nero) en vrouw (Moppie).

Google+