Het boek achterna in Buenos Aires

Reisjournalist en schrijver Iris Hannema reisde de hele wereld over in de voetsporen van haar geliefde boeken. Het resultaat is de 13-delige serie ‘Het boek achterna’. Deel 1: het Buenos Aires uit Het ministerie van Buitengewone Zaken van Nathan Englander.

Zijn neus stoot bijna tegen de bandoneon op zijn schoot, zo diep is hij al spelend naar voren gebogen. Zijn donkere krullen springen om zijn hoofd. Met een diep gefronst gezicht duwt en trekt hij lucht in en uit zijn instrument. Niet alleen zijn handen maken muziek, zijn hele lichaam beweegt, speelt.

Het publiek in garagebar Boedo y Más Allá is doodstil, terwijl deze jonge bandoneonspeler op het kleine podium ons compleet lijkt te zijn vergeten. Het voelt bijna te intiem om naar Argentijnse tango te luisteren. Alsof iemand op het podium uit zijn dagboek voorleest, zijn geheimen blootlegt. Totdat het nummer eindigt, hij lachend opstaat en diep buigt.

Bandoneon ©  Iris Hannema

Bandoneon ©  Iris Hannema

De magie van de treurigheid is plots verdwenen en als de lichten aangaan voel ik me, hoe onredelijk ook, een beetje verraden. Het applaudisserende publiek toont geen betraande gezichten, maar roept om nog één liedje, por favor! Ik heb de melancholie, de passie en het warmbloedige van de tangoklanken veel te serieus genomen, alsof gebroken harten echt kunnen bloeden.

Dit is Zuid-Amerika, waar het hart het hoofd drijft en niet andersom.

Prachtige misère

Dit is ook het Zuid-Amerika van Englanders veelbesproken boek Het ministerie van Buitengewone Zaken. De verstikkende debuutroman over de inktzwarte bladzijdes uit de Argentijnse geschiedenis, de dictatuur die van 1976 tot 1983 duurde.

In de ‘smerige oorlog’, die werd geleid door president Jorge Rafael Videla, verdwenen zo’n 30.000 mensen, onder wie talloze prominenten en studenten. Een boek over pure wanhoop in Buenos Aires, de radeloosheid bijna tastbaar op de pagina’s, een aangrijpend tijdsbeeld waarin zoons en dochters spoorloos verdwijnen, alsof de moeder nooit bevallen is van een baby.

Desondanks schrijft Englander met eer en bewondering over Buenos Aires en haar brede lanen, vol beloftes, een metropool als een puzzel. Wat een bijzondere stad moet dat zijn, die haar schoonheid heeft weten te behouden te midden van zoveel misère.

Dulce De leche

Het is ondertussen kwart voor twaalf ’s avonds, een jas is overbodig in de warme avondlucht. De uitgaanswijk Palermo had ook in Europa kunnen liggen, met haar stijlvolle tapascafés met plafondhoge wijnkasten, hippe halflege schoenenwinkels, Italiaanse restaurants met zwart-wit interieur en koffiebars met experimentele kunst aan de muren.

Geschilderde tango © Iris Hannema

Geschilderde tango © Iris Hannema

Waar calle Cabrera en calle Armenia elkaar kruisen, zitten de terrassen vol mooie Argentijnen – jong, oud, families, overal sigaretten op tafel. Van de avond wordt oprecht gehouden; om 21 uur zijn alle eetgelegenheden in Buenos Aires nog leeg.

Ik sta ondertussen voor een mediterraan, wit vaal huis in koloniale stijl, twee verdiepingen hoog, statig hoge raampartijen met donkergroene luiken. Als ik niet zou weten dat zich hier op de eerste verdieping een milonga bevindt, een bar waar tango wordt gedanst, zou ik er zo voorbij zijn gelopen.

“Een béétje tango kunnen dansen bestaat niet,” beweert de taxichauffeur als hij mij voor de deur afzet: “Tango dans je totaal of helemaal niet.”

Een krakkemikkige, ijzeren trap trilt onder de voetstappen, aan de wanden kleurige affiches van feestjes die allang geweest zijn. Boven aan de trap zit een statige vrouw achter een schoolbureautje, haar make-up zwaar, maar zorgvuldig aangebracht. Zij verkoopt de kaartjes vanavond, twintig pesos (€ 3,50) per persoon.

Iedereen zit, goedgekleed, aan tafeltjes rondom de ruime dansvloer, die duidelijk betere tijden heeft gekend. Spiegels van de grond tot het plafond en een protserige, gouden kroonluchter die overal zou misstaan, behalve hier. Opvallend veel vijftigplussers, die zijn gekomen om te dansen en te drinken.

De meeste tangodansende mannen zijn boven de pensioengerechtigde leeftijd, vroeger ongetwijfeld jonge goden, macho’s en verleiders. De vrouwen jeugdig, wulps en opgedoft; in de tango kiest de man de vrouw.

Een oude baas met vermoeid gezicht drukt zijn gerimpelde rechterhand ferm tussen de schouderbladen van een mooie Argentijnse met lange krullen. Op de weemoedige klanken van de muziek beweegt een tiental dansende stellen zich zinnelijk maar gecontroleerd over de zwarte vloer. Alsof ze hun verlangen naar zwaarmoedigheid op de dansvloer stante pede omzetten in erotiek.

Ik wil ook tango kunnen dansen. Zijn de tangoklanken een spiegel voor de identiteit van de Argentijnen, melancholisch en warmbloedig, gevormd en getekend door vier dictaturen en economische crises? Of haalt tangomuziek simpelweg onze ziel naar boven en hoort ieder die luistert er iets anders in?

Beroemde begraafplaats

In de roman van Englander staat Kaddisj Poznan centraal, een Joodse ‘hoerenzoon’ met een enorme neus. Zijn beroep: namen van graven verwijderen op Joodse begraafplaatsen.

Ik zit in de ondergrondse op weg naar halte Pueyrredón, waar het mooiste kerkhof van de miljoenenstad, Cementerio de la Recoleta, enkele straten vandaan ligt. Dit is geen Joodse begraafplaats, zoals in het boek, maar wel de mooiste van Zuid-Amerika. Haar meest beroemde en eeuwige gast: Evita Perón.

In de Subte, Buenos Aires’ goedwerkende metronetwerk, is het zo’n tien graden warmer dan boven de grond. De wagons zijn oude rammelbakken en maken zoveel herrie dat een telefoongesprek onmogelijk is.

Metro in Buenos Aires © Iris Hannema

Metro in Buenos Aires © Iris Hannema

Op mijn schoot wordt een kaartje met de afbeelding van Jezus Christus geworpen, twee repen Milka-chocolade en een doosje met naaigaren. Drie verkopers, jongens met een donkere huid en petjes op, hopen geld te verdienen. Een paar mensen kopen de chocoladerepen.

Na het kabaal van de ondergrondse lijkt de begraafplaats in de chique wijk La Recoleta nog stiller. Een indrukwekkende stad voor doden, met nette paden en huisjes waar rijken en beroemde Argentijnen rusten.

De imponerende mausolea zijn zo groot als tuinhuizen, sommige zo omvangrijk als een dorpskerk, marmeren en granieten familiegraven, graftombes met bronzen borstbeelden, enorme stenen engelen waken voor de grafhuisjes. Veel mausolea hebben glazen deuren, waar doorheen je kisten en altaren kunt zien staan.

Cementerio de la Recoleta © Iris Hannema

Cementerio de la Recoleta © Iris Hannema

Groepjes toeristen lopen met plattegronden in hun hand, op zoek naar het graf van presidentsvrouw Evita. De naam op haar graf geeft verwarring, want ze is bijgezet in haar eigen familiegraf, Duarte en niet onder de naam Perón. Er liggen verse bloemenkransen.

“Is dit nu het graf van Evita? Ja?” Klik!

 

 

 

 

Marteling van het niet-weten

Het boek van Englander gaat over de marteling van het niet-weten, de hoop dat Pato Poznan, de verdwenen zoon, weer om de hoek zal opduiken. Lilian symboliseert een universele moeder in wanhoop:

Stel dat hij nu binnenkomt en ons zo ziet zitten – lekker eten, glaasje wijn? Ik zit niet eens bij het raam.” Kaddisj knikte. Hij stond op en ging naar de keuken. Hij kwam terug met bestek en nog een bord. “En als hij nu net terugkomt als wij hem aan het zoeken zijn?” Kaddisj stond weer op en liep naar de voordeur en zette de deur op een kier. “Wie moeten ze hier nog ontvoeren nu onze zoon al verdwenen is?
— Nathan Englander, Het ministerie van buitengewone zaken

Het boek mag dan een roman zijn, veel wanhopige moeders die hun kinderen verloren in de jaren zeventig, leven nog steeds in het ongewisse. De inmiddels bejaarde Dwaze Moeders (en Dwaze Oma’s) komen nog elke donderdagmiddag naar het beroemde plein, Plaza de Mayo en houden een protestmars rond de witte obelisk, volgespoten met graffitileuzen.

Dwaze moeders © Iris Hannema

Dwaze moeders © Iris Hannema

Ik krijg kippenvel als ik de moeders met hun symbolische witte hoofddoekjes zie. Het is alsof het boek van Englander tot leven komt, hier tegenover het werkpaleis van de huidige Argentijnse president, Cristina Fernández de Kirchner. De moeders houden vergeelde foto’s van jonge twintigers in de lucht. “Waar zijn ze?” Jorge Ishiro, 18 jaar. Hugo Miedan, 18-02-1977. Hoe bizar het ook klinkt, Nathans indringende boek is nog altijd actueel.


Over het boek: Het ministerie van Buitengewone Zaken

Buenos Aires, 1976. Kaddisj Poznan is een Argentijnse joodse hijo de puta, hoerenzoon, en daarmee de ultieme verschoppeling in het Argentinië van de jaren 70. Wanneer zijn zoon Pato verdwijnt, volgt een absurde, kafkaëske dwaaltocht van Kaddisj en zijn vrouw Lillian door de duistere krochten van het ministerie van Buitengewone Zaken, in een wanhopige poging hun zoon te redden.

Over Iris Hannema

iris.png

Iris Hannema (1985) is freelance journalist/fotograaf/schrijver (Miss yellow hair hello! bij Arbeiderspers) en geeft lezingen. Zij reisde naar meer dan zeventig landen en voer vanaf Ecuador de Amazone af, doorkruiste het snikhete Midden-Oosten, ging nachtenlang treinend van Amsterdam naar Beijing, nam het volgepakte openbaar vervoer door Zuid-Amerika en ontdekte West-Afrika in rammelende auto's. Ze publiceerde in onder meer HP/De Tijd, ZIN, Trouw, National Geographic, NRCNext, Harpers Bazaar, Algemeen Dagblad en FD.

Dit verhaal werd eerder gepubliceerd in ZIN Magazine als verhalenserie ‘Het boek achterna'. Meer Zin? Klink dan op zin.nl/abonneren

Google+