Het Benin van Uwem Akpan

REISJOURNALIST EN SCHRIJVER IRIS HANNEMA REISDE DE HELE WERELD OVER IN DE VOETSPOREN VAN HAAR GELIEFDE BOEKEN. HET RESULTAAT IS DE 13-DELIGE SERIE 'HET BOEK ACHTERNA'. DEEL 3: HET BENIN UIT 'ZEG DAT JE BIJ HEN HOORT' VAN UWEN AKPAN .

De taxi met aan zijn binnenspiegel een luchtverfrisser en een zilveren kruisje, hobbelt over de zanderige wegen van Route des Pêches, de met exotische palmbomen gevulde kust van de Afrikaanse republiek Benin.

Het zand is fijn en rossig, overal kleine barretjes die Coca Cola verkopen en hangmatten met slapende mensen. Brommers slippen met de achterband weg in het mulle zand. Slome honden liggen midden op de weg te dutten en zijn niet van plan voor wie dan ook uit de weg te gaan.

la Route des Pêches © Iris Hannema

la Route des Pêches © Iris Hannema

Langs de koperkleurige onverharde wegen liggen slaperige dorpjes met pal aan zee hutjes van vissersfamilies. Vrouwen torsen enorme vrachten op hun hoofd, het lichaam balancerend als geoefende koorddanseressen. Het is zinderend warm. Alles en iedereen is loom en traag.

Ik heb zelf ook zin om helemaal niets te doen. De taxi rijdt langs een groot reclamebord dat de bouw aankondigt van een toeristisch vakantiepark. Vier jaar geleden begon een Belgisch echtpaar met een vooruitziende blik hier al een restaurant, Bab’s Dock, alleen bereikbaar met een bootje.

Met dank aan de beschrijving in mijn reisboek vind ik een taxibootje aan de voet van een mangrove. De kapitein stuurt het bootje door de groene mangrove die uitmondt in een enorm zoetwatermeer. En daar ligt het paradijselijke Bab’s, stijlvol ontworpen door echtgenoot Dominique, theaterdirecteur in België. Tussen de Afrikaanse families in spijkerbroek eet ik een pannenkoek met Nutella.

Afrika zonder medelijdenbril

Twee uur later zit ik weer in de taxi. Over de radiospeakers brult een populaire pastoor allerlei levensvragen, over handen uit de mouwen steken en het opheffen van armoede.

“Drie tomaten proberen te verkopen, dat is toch geen zaken doen?!” schreeuwt de stem.

“Gelooft u in God, mademoiselle?” vraagt de chauffeur.

De Franse taal wordt in Benin gesproken met een vreemd accent, even wennen voor wie Parijs gewend is.

“Misschien ziet het paradijs er wel zo uit als op deze plek,” antwoord ik ontwijkend.

De chauffeur glimlacht tevreden en rijdt zwijgend verder.

© Iris Hannema

© Iris Hannema

Hier wordt geloofd, in God of in Allah, maar niet in niks; atheïsten bestaan niet in West-Afrika. De prachtige verhalenbundel Zeg dat je bij hen hoort van de Nigeriaanse schrijver Uwem Akpan gaat dan ook over het geloof; de auteur is immers een Jezuïet. Maar het boek is geen ode aan welk geloof dan ook; de in Nigeria wonende Akpan schreef juist prachtig over de religieuze ellende.

Vijf meesterlijke verhalen die de levens schilderen van een aantal kinderen in vijf Afrikaanse landen: Rwanda, Nigeria, Ethiopië, Kenia en ook Benin, het land waarin ik mij nu bevind. Zij vertellen over barre armoede, bedelarij, mensenhandel, geweld, geloofsoorlogen, prostitutie en andere verschrikkingen.

Het verhaal dat zich afspeelt in Benin heet Vetmesten voor Gabon en gaat over kinderhandel: twee kindjes worden door hun oom, die aan zee woont, verkocht aan handelaars in Gabon. De oom stoomt de onwetende kinderen maanden lang klaar voor hun reis. Als hij van de kinderen gaat houden, krijgt hij spijt. Maar hij kan niet meer terug. Nu denkt u misschien, hè nee, waarom zou ik over zulke ellende willen lezen?

Twee redenen. Allereerst omdat deze verhalenbundel, hoe ongemakkelijk voor onze westerse zielen soms ook, een geweldig voorbeeld is van de moderne Afrikaanse literatuur. En ten tweede omdat wij met dit meesterwerk een Afrika ontdekken waar wij, met onze medelijdenbril op onze neus, zo’n totaal ander beeld van hebben. Auteur Uwem Akpan bezit die bril niet. De kinderen in zijn verhalen zijn niet zielig, hebben een enorme wijsheid en veerkracht. Ze willen leven!

Levensgevaarlijk, achterop de taxiscooter

In patisserie La Gerbe d’Or, hartje Cotonou aan de Golf van Benin, loeit de airco. Het zou Brussel kunnen zijn: cafébruin interieur met ronde tafels, blauw van de sigaretten rook, obers in tenue, Jacques Brel uit de speaker, filterkoffie, twee verse croissants en een schaaltje jam.

Terwijl het koloniale Porto Novo de hoofdstad is, is Cotonou Benins onofficiële hart. Het gaat hier goed, dat voel je. Buiten is het Afrikaanse leven in volle gang. Stoplichten regelen het verkeer en parkeerborden melden waar je beslist niet mag staan.

Mooiste postkantoor ooit © Iris Hannema

Mooiste postkantoor ooit © Iris Hannema

Aan de overkant van de straat twee boekwinkels, een parfumerie en een bakker. Het dure kledingmerk Vlisco, van Nederlandse makelij, heeft beslag gelegd op het hoekpand. Ter afscheiding van twee weghelften een rij geplante bomen.

Door de hitte slaat de damp van het asfalt. En overal motoren en scooters. Alleen al in Cotonou rijden er 80.000. Een fenomeen zijn de taxi- scooters. Ze worden zemi-johns genoemd. Ik stel me zo voor dat schrijver Uwem zich in buurland Nigeria ook op de brommer voortbeweegt. Ik zie zijn statige zwarte priestergewaad al achter hem aan wapperen. Zelf waag ik me talloze keren bij een taxiscooter achterop, me vasthoudend aan de handgrepen zoals de locals dat ook doen en niet aan de chauffeur.

Door de hotelreceptie wordt ‘Achterop bij John’ afgeraden: levensgevaarlijk. Maar onbezonnen, misschien door de Afrikaanse warme lucht, kies ik voor de verkoelende wind door mijn haar. Een lagune stroomt dwars door de stad en twee bruggen verbinden oost en west. Hôtel de Luc ligt aan de waterkant, met zwembad van wedstrijdgrootte en een prijzig Libanees restaurant, dat de afkomst van de eigenaren verraadt. Twee straten rijden we door de Avenue van Vollenhoven(!) maar geen van mijn Johns weet naar wie de straat vernoemd is.

Geboorteplaats van voodoo

De volgende warme dag is aangebroken en ik ga naar toeristentrekker Ouidah, 42 kilometer verderop: de geboorteplaats van voodoo én de belangrijkste haven van de ooit bloeiende slavenhandel. Slaven werden vanuit Ouidah vooral naar de Cariben gevaren en namen zo hun voodoogeloof mee naar Haïti en Cuba. Uwem Akpan neemt zijn lezers mee naar het heden: mensenhandel gebeurt vandaag de dag nog altijd. We weten het heus wel, maar zien het alleen niet.

Hij bood ons de bekers aan en we dronken van het zoute spul. ‘Dit heet “zeeoriëntatie”. Dat is voor als het drinkwater in het schip opraakt. Dan blijf je tenminste een dag langer in leven.’ ‘Ja, monsieur.’ ‘En ook voor als ze je overboord smijten...’ ‘Overboord?’ vroeg ik verbaasd.
— Zeg dat je bij hen hoort, Uwen Akpan
Benzine mengster in actie © Iris Hannema

Benzine mengster in actie © Iris Hannema

De aarde langs de verharde weg is roodkleurig en stoffig. Indrukwekkend hoge bamboebossen lijken protserig te willen benadrukken hoe groot en sterk ze zijn. Achter tafels, met ontelbaar veel oude bierflessen erop, staan vrouwen in benzinemengsels te roeren. Hoezo duur tanken bij Shell als je met eigenhandige gemaakte mix, een ‘melange’ van benzine en olie, ook hartstikke hard kunt rijden?

De inwoners van Ouidah ogen allemaal sterk, de vrouwen zijn net zo gespierd en lang als de mannen, hun huidskleur heel zwart. Een krachtig volk.

 

 

Op het strand van Ouidah staat een indrukwekkende terrakleurige poort met aan beide kanten drie kanonnen, Unesco werelderfgoed. Dit is ‘La porte du non- retour’, die ‘de deur’ symboliseert waar de slaven hun laatste stappen op eigen grond zetten om daarna met boten te vertrekken. Vanaf deze haven zijn tussen de zeventiende en negentiende eeuw twaalf miljoen slaven afgevoerd naar ‘de nieuwe wereld’.

Ouidah's slaven memorial 'porte de non retour' © Iris Hannema

Ouidah's slaven memorial 'porte de non retour' © Iris Hannema

Ook al heb ik niets te maken met mijn voorvaderen zo veel eeuwen geleden, ik schaam mij toch een beetje. Het museum over de geschiedenis van Ouidah huist in een villa in koloniale stijl, Casa do Brazil. Ooit de residentie van een Braziliaanse gouverneur. Zijn foto’s, met grote snor, hangen in de naar vroegere tijden ruikende kamers vol zware houten meubelen.

“Deze Braziliaan uit de koloniale tijd was toch een slavenhandelaar?” vraag ik.

De gids glimlacht beleefd, maar doet er verder het zwijgen toe. Over sommige onderwerpen wordt niet gesproken. Precies daarom moet iedereen Uwem Akpans boek lezen; hij zegt het allemaal wél. 

Over de schrijver: Uwem Akpan

Schrijver Uwem Akpan (1971) werd geboren in Ikot Akpan Eda, Nigeria. Hij studeerde filosofie, Engels en theologie. In 2003 werd hij bij de orde van de Jezuïeten tot priester gewijd en in 2006 haalde hij zijn master Creatief Schrijven aan de universiteit van Michigan. Hij is verbonden aan de Christ the King Church, in Nigeria. De verhalenbundel Zeg dat je bij hen hoort, werd een wereldwijde bestseller.

Iris Hannema (1985) is freelance journalist/fotograaf/schrijver (Miss yellow hair hello! bij Arbeiderspers) en geeft lezingen. Zij reisde naar meer dan zeventig landen en voer vanaf Ecuador de Amazone af, doorkruiste het snikhete Midden-Oosten, ging nachtenlang treinend van Amsterdam naar Beijing, nam het volgepakte openbaar vervoer door Zuid-Amerika en ontdekte West-Afrika in rammelende auto's. Ze publiceerde in onder meer HP/De Tijd, ZIN, Trouw, National Geographic, NRCNext, Harpers Bazaar, Algemeen Dagblad en FD.

Dit verhaal werd eerder gepubliceerd in ZIN Magazine als verhalenserie ‘Het boek achterna'. Meer Zin? Klink dan op zin.nl/abonneren

Google+