Dwalen met Daphne

Voedingsbodem het zeer succesvolle oeuvre van schrijfster Daphne du Maurier was de plek waar zij haar leven lang verliefd op was; de mysterieuze kust van Cornwall in zuid-west Engeland.

De huisjes van het dorp Polruan, gelegen op de rotsen aan de overkant van de baai, doemen op uit de ochtendmist. In de steile, smalle straatjes van havenstadje Fowey (zeg: Foj) verschijnen de eerste wandelaars.

‘Krièh, Krièh!’ krijsen talrijke gigantische meeuwen terwijl ze gevaarlijk laag over de hoofden scheren. Het doet denken aan de acties van moordlustige vogels uit het macabere ‘The Birds’, een van Daphne du Mauriers’ succesverhalen.

Met hun regenjassen en Wellingtonlaarzen lijken de wandelaars ongewild op de psychopathische dwerg uit Daphne’s verhaal ‘Don’t Look Now’.

In Fowey en omgeving hoef je nou eenmaal niet ver te zoeken naar bewijs dat Dame Daphne du Maurier (1907-1998) hier inspiratie vond voor haar duistere, sfeervolle vertellingen.

Ik wandelde door dit land met de vrijheid van een dromer en de alertheid van iemand die net wakker is geworden- plaatsen, huizen fluisterden me hun geheimen toe en deelden hun verdriet en plezier met me. En als tegenprestatie gaf ik ze iets van mezelf; een paar van mijn romans als toevoeging aan de folklore van deze eeuwenoude plek.
— Daphne du Maurier

‘Een paar romans’ is gelogen; haar liefde voor deze streek beïnvloedde en was de kracht van haar hele oeuvre.

Mooi en populair

Jonge Daphne Maurier in 1930 ©  The Chichester Partnership

Jonge Daphne Maurier in 1930 ©  The Chichester Partnership

Negentien was ze toen ze toestemming kreeg om na de zomer alleen achter te blijven in Ferryside; het vakantiehuis van de Du Mauriers in het piepkleine gehucht Bodinnick bij Fowey. Ze was een bijzonder mooi en populair meisje, maar verkoos eenzaamheid boven het hectische, mondaine leven wat het gezin van acteur Gerald du Maurier in Londen leidde. Hier kon ze in alle rust haar droom om schrijfster te worden waarmaken.

Toen Daphne in de buurt het scheepswrak de Jane Slade zag liggen, werd ze nieuwsgierig. Ze onderzocht de geschiedenis van de ‘Slades’, een lokale familie van scheepsbouwers en baseerde daarop haar eerste roman: de familiesage ‘The Loving Spirit’. Het kwam uit in 1931 en was meteen een bestseller.

Vlam in de pan

Een van de liefhebbers van dit boek was de knappe Tommy ‘Boy’ Browning, destijds de jongste majoor van het Britse leger. Daphne zag hem voor het eerst vanuit haar raam toen hij langs Ferryside voer. Pas een jaar later maakten zij kennis maar toen sloeg meteen de vlam in de pan. Ze trouwden enkele maanden later. Zij bleven tot zijn dood in 1965 bij elkaar en kregen drie kinderen.

Op haar huwelijksdag ging Daphne per boot vanaf Ferryside naar Pont Pill, de kreek om de hoek. Deze kreek doet denken aan de ‘Frenchmans Creek’ een van de bestsellers van Du Maurier. Frenchmans Creek bestaat echt, maar is wandelend moeilijk bereikbaar en Pont Pill doet aan serene schoonheid niet onder.

De huizen waar de bruid langsvoer hadden ter ere van haar de vlag uithangen. Vanaf het einde van de kreek liep ze naar het veertiende eeuwse kerkje Langteglos, dat ook voorkomt in ‘The loving Spirit’, waar het huwelijk zich voltrok.

Ferryside

Vanaf de kade in Fowey zie je Ferryside aan de overkant liggen. Tegenwoordig woont Daphne’s zoon Christopher, bijgenaamd ‘Kits’ in het wit-blauwe huis aan de oever. Naast het raampje van Daphne’s kamer hangt nog steeds het boegbeeld van de Jane Slade dat zij als aandenken ophing. Fans overnachten in The Old Ferry Inn; een vierhonderd jaar oude herberg naast Daphne’s huis, waar zoon Kits regelmatig voetbal komt kijken of een uitsmijter eet.

‘Cornwall neemt iedere dag een douche en ‘s zondags twee’, schreef Daphne in haar boek Vanishing Cornwall; liefdesverklaring, eerbetoon en reisgids ineen. Geen bui hield haar tegen om dagelijks urenlang door de prachtige natuur rondom Fowey te dwalen, dus een echte fan maalt ook niet om een miezerbui.

Favoriete wandeling

Haar favoriete wandeling begint in Fowey. Doordat het stadje geen nieuwbouw kent, waan je je er zonder moeite in de tijd dat piraten en smokkelaars het plaatsje teisterden, een spannende tijd die Daphne’s in haar boeken deed herleven.

Klim de weg omhoog langs huisjes uit het Tudor-tijdperk en oude pubs met klinkende namen als ‘The King of Prussia’ en ‘The Ship Inn’. In laatstgenoemde kroeg liet Daphne de verliefde hoofdpersonen uit Frenchmans Creek (een dame en een Franse piraat) elkaar in het geniep ontmoeten.

Het verkeersbureau, midden in het stadje, is tegelijk een piepklein Daphne du Maurier museum en een boekwinkel waar je naast al haar boeken goede wandelkaarten kunt kopen. In het antiquariaat aan de overkant kun je eerste drukken en originele brieven van haar hand aanschaffen.

Daphne was niet erg sociaal en hield er al helemaal niet van om mensen in haar eigen huis te ontvangen. Daarom sprak ze vaak af in The Fowey hotel, een sjiek Victoriaans gebouw dat met al zijn grandeur afsteekt tussen de kleine huisjes aan de kade. In de lunchroom bieden metershoge ramen fantastisch uitzicht over de haven. Ook als je hier niet verblijft kun je er terecht voor een uitgebreide lunch of een high tea met versgebakken scones en marmelade.

Vervolg je weg langs het hoofdstraatje ‘Esplanade’, met aan de ene kant muurtjes waar roze bloemen uitgroeien die ze hier ‘Fowey pride’ noemen en aan de andere kant de zee. Een misthoorn gaat af, kleine bootjes tuffen rustig voorbij richting open water.

Voor je het weet loop je het stadje uit. Hier vind je op de rotsen de eeuwenoude ruïne van St. Catherine’s Castle, een plek waar menig hoofdpersoon uit de Du Maurier romans naar boten tuurt die hier het havengat in en uitvoeren. Na de ruïne ben je overgeleverd aan de ruige natuur.

Vanaf hoge, dreigende kliffen kijk je neer in afgelegen baaien, waar de geur van rottend zeewier uit opstijgt. Het kustpad leidt het ene moment over dichtbegroeide, verlaten bospaadjes, waar de overhellende bladertakken voor beschutting zorgen, het andere moment over groene weiden waar de zeewind vrij spel heeft.

Rebecca

De velden en bossen zijn onderdeel van ‘Menabilly Estate’ en horen bij het landhuis wat een paar kilometer landinwaarts staat. Daphne kwam dit sobere huis tegen op een van haar wandeltochten en was meteen verliefd. Enkele jaren later kon ze het huren van de Rashleighs; de plaatselijke adellijke familie. Daphne bleef vijfentwintig jaar in dit spookhuis wonen, tot Phillip Rasleigh er gebruik van wilde maken. Als troost bood hij haar een ander huis op zijn grond aan; Kilmarth, waar Daphne tot haar dood bleef wonen.

Huize Menabilly werd Manderley in Daphne’s meest succesvolle roman ‘Rebecca’, Kilmarth figureert in ‘The House on the Strand’. Toch heeft het voor fans geen zin om naar de huizen te zoeken; ze zijn nog steeds privé-eigendom en de Rashleighs zijn erg op zichzelf. Verder dan het gesloten toegangshek kom je niet bij Menabilly en het huis staat verscholen tussen hoge, dichtbegroeide bomen. Kilmarth kun je alleen vanaf de openbare weg zien als je een metershoge heg in klimt.

Jamaica Inn

De Jamaica Inn, uit het gelijknamige boek over bloederige smokkelpraktijken in een oude herberg, kun je wel bezoeken. Of je het moet bezoeken is een tweede. Sinds het succes wat het boek sinds uitkomen had, is de oude Inn veranderd in een te drukke, gepimpte toeristenattractie, compleet met speelhoek voor de kinderen en afhaalbuffet.

Alleen de grillige atmosfeer van de omringende Bodim Moor en het museum met Daphne’s typemachine zijn de moeite van de tocht waard. De herberg ligt namelijk een dik uur rijden het binnenland in. Een beetje vreemd voor een smokkelaarlocatie maar laten we dat schrijversvrijheid noemen.

Naakt zwemmen

Nee; de echte Du Maurier-sfeer vind je langs de kust.

Daphne’s favoriete wandeling eindigt op Polridmouth beach, in de volksmond ‘Pridmouth beach’. Daphne was gek op dit afgelegen strandje waar zij ‘s zomers dagelijks naakt zwom. In ‘Rebecca’ liet ze Rebecca’s lijk hier aanspoelen en ging er zelf, vlak voor ze stierf, nog één keer heen om naar de wilde golven te kijken en de zilte zeelucht op te snuiven.

Tot een paar jaar voor haar dood, op 83 jarige leeftijd, bleef ze bestsellers schrijven. Het feit dat ze uiteindelijk zelfs de titel ‘Dame’ kreeg voor haar verdiensten als schrijfster, heeft niet kunnen voorkomen dat de literaire wereld zich tot op de dag van vandaag bezighoudt met de onzinnige vraag of Daphne’s boeken literatuur zijn of niet.

Je moet houden van gotische, soms sterk romantische verhalen die historisch gezien niet altijd helemaal kloppen. Maar de intense sfeer die de zee en het dunbevolkte land hier uitademen, wist ze als geen ander in woorden te vangen. Nog steeds weet ze er miljoenen mensen over de hele wereld mee te boeien.

Als de Engels zon eenmaal doorbreekt verandert Fowey in een vriendelijk ogend vissersdorp. Op een terras met uitzicht op de oude bootrederij van de familie Slade kun je, met een lokale pint erbij, bijkomen van het wandelen.

Zeilboten varen binnen. De meeuwen beginnen nog enthousiaster te krijsen. Geen betere plek om in een van Daphne’s boeken te duiken.

Zelf Daphne du Maurier achterna? Kijk voor meer informatie op:

Alle info over Cornwall netjes bij elkaar:

www.visitcornwall.co.uk

High tea in het Fowey Hotel:

 www.thefoweyhotel.co.uk

De beruchte Jamaica Inn:

 www.jamaicainn.co.uk

Alles wat je wil weten over Du Maurier:

www.dumaurierfestival.co.uk

David Bronkhorst is reisjournalist, fotograaf, blogger en schrijver. Hij doorkruiste de Negev woestijn op een ezel en schreef een roman over zijn beroemde circusfamilie (Het geheim van Carré bij AtlasContact). Hij publiceert in onder meer Het Parool, Metro en Leven in Frankrijk.

 

Google+