De Toren van Joyce

Bezoek de beroemde Ierse toren en omgeving uit het eerste hoofdstuk van Ulysses.

De James Joyce Tower and Museum is een zogeheten Martello toren in Sandycove, ongeveer twaalf kilometer ten zuiden van Dublin. Joyce verbleef er zes nachten, van 8 september tot 14 september 1904.

John Gogarty, één van de universiteitsvrienden van Joyce, huurde de toren. Hoewel Joyce er maar kort verbleef, misschien omdat hij geen huur betaalde, leverde het toch genoeg inspiratie op voor het schrijven van het eerste hoofdstuk van Ulysses. Wanneer je de kust bij de toren ziet liggen begrijp je eigenlijk meteen waarom.

De snotgroene zee. De scrotumspannende zee.
— Ulysses, James Joyce

Het is een prachtige, ronde Martello toren, nummer 11, gebouwd in 1804 als onderdeel van een defensiesysteem tegen de invasie van Napoleon. Napoleon kwam niet en de toren werd daarna in de verhuur gegooid. Het heeft een magnifiek uitzicht op de kustlijn waar de groene zee ruist en bruist.

De Martello toren ©  David Bronkhorst

De Martello toren ©  David Bronkhorst

Waarom deze toren zo belangrijk is? Hier speelt zich het eerste hoofdstuk (Telemachus) van Ulysses, het meest populaire ongelezen boek uit de wereldliteratuur, zich af, om acht uur ’s ochtends. Gekscherend wordt dit hoofdstuk ook wel ‘scheren en zwemmen’ genoemd.

Ieren zelf noemen Ulysses een boek dat je eigenlijk het beste op de toiletmuren van Dublin kunt lezen. “Only the talky bits,” voegen ze er zelf grappend aan toe. Een bezoek aan de toren nodigt in ieder geval uit zelf ook een poging te wagen het boek te lezen.

Het verhaal in de toren gaat als volgt: plompe medisch student Buck Mulligan, hoofdpersoon Stephen Dedalus, de student die kunstenaar wil zijn, en hun Engelse huurgenoot Haines worden wakker en beginnen de dag met hun ochtendrituelen. Mulligan scheert zich op de top van de toren terwijl hij met zijn scheerkommetje een priester nadoet.

Statig kwam plompe Buck Mulligan uit het trapgat waarop een spiegel en een scheermes lagen gekruist. Een gele kamerjas, ongegord, werd achter hem opgehouden door de milde morgenlucht.
— Ulysses, James Joyce

Tijdens de scheerbeurt pest Mulligan Stephen voor het niet willen knielen bij het sterfbed van zijn diepgelovige moeder. Hij grapt dat de schok haar doodde.

Voor een literair toerist is natuurlijk niets mooiers dan zelf op de plek te staan waar Mulligan en Stephen hun ochtend doorbrengen. Volg de literaire personages daarna de toren in, een krappe stenen trap omlaag tot in het woongedeelte.

De sleutel schraapte twee keer knarsend rond en toen de zware deur op een kier was gezet, stroomden er welkom licht en frisse lucht naar binnen.
— Ulysses, James Joyce
Bed van James Joyce  ©  David Bronkhorst

Bed van James Joyce  ©  David Bronkhorst

De toren heeft een zeer uitgebreide Joyce collectie van eerste drukken, zijn gitaar, dodenmasker, het vestje dat hij droeg en zelfs zijn reiskoffer. Maar ook alles wat iets te maken heeft met het eerste hoofdstuk uit het boek kom je hier gewoon tegen. De woon/slaap kamer ziet eruit alsof Joyce er inderdaad nog die nacht geslapen heeft, inclusief lege drankflessen, maar ook de beroemde zwarte panter.

Hier in het donker met een man die ik niet ken die in zijn slaap tekeergaat en ligt te jammeren over een zwarte panter die hij wil doodschieten.
— Ulysses, James Joyce

Het is dé plek om Bloomsday, het literaire feest dat ieder jaar gevierd wordt op de dag waarop het boek zich afspeelt, te beginnen. Joyceanen van over de hele wereld komen dan verkleed als een van de figuren uit het boek de toren bedwingen, uitkijken over de prachtige Dublin Bay en vooral veel voorlezen uit het werk van hun geliefde Joyce. En niet geheel onbelangrijk en heel erg des Joyce: toegang is gratis.

Sandycove is een populaire plek, niet alleen door de groepen hardcore Joyce liefhebbers die tijdens de zomermaanden naar de toren lopen om hun liefde voor het boek te betuigen.

Sandy cove ©  David Bronkhorst

Sandy cove ©  David Bronkhorst

Als het een beetje warm is, vlucht de Dublinse jeugd erheen om er vanaf een rots in de zee te springen. “Een dipje in de forty foot,” zoals ze dat hier noemen. Net als Mulligan in het boek.

Bokkesprongen makend ging hij voor ze uit omlaag naar het gat van veertig voet, fladderde met zijn vleugelachtige handen, sprong lichtvoetig, waarbij zijn Mercuriushoed trilde in de frisse wind die zijn korte vogelzachte klanken naar hen terugvoerde.
— Ulysses, James Joyce

Links van de toren ligt de ingang van de Forty Foot. Er hangt een bord waar ooit "Gentlemen's Bathing Pool" stond, tot het eerste woord bedekt werd met rode verf. Vroeger was het inderdaad alleen voor mannen toegankelijk, in de jaren 70 kwam er pas een vrouwelijke invasie, de beroemde “Attack of the Forty Foot Women”.

Forty Foot ©  David Bronkhorst

Forty Foot ©  David Bronkhorst

Pubers storten zich gillend vanaf de rots in zee. Of likken er in de zon aan het niet zo literaire maar wel zeer populaire romige ijsje: de 99. Ietsje verderop te koop bij Teddy’s. Zonnen, zwemmen en ijs, je kunt zo zien wat Joyce zo aansprak.

Stephen zelf gaat in het boek niet zwemmen maar is geïrriteerd door de anderen in de toren, loopt met zijn essen wandelstok naar zijn werk, zweert nooit meer terug te komen en terwijl hij naar de snotgroene zee kijkt hoort hij een stem:

Een stem, zoetgevooisd en aanhoudend, riep hem vanuit de zee. Toen hij de bocht omging, zwaaide hij. De stem riep weer. Een zacht glanzend bruin hoofd, van een zeehond, ver weg op het water, rond.
— Ulysses, James Joyce

Dus als je zelf naar de toren gaat: vergeet vooral je zwembroek niet. En zeg eventuele zeehonden netjes gedag.

www.joycetower.ie

Meer informatie over Ierland en Dublin:

www.ireland.com

www.visitdublin.com

 

Bron citaten: James Joyce, Ulixes (vertaald door Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkens), Singel Uitgeverijen, juni 2012en 9789025369750

David Bronkhorst

David Bronkhorst is reisjournalist, fotograaf, blogger en schrijver. Hij doorkruiste de Negev woestijn op een ezel en schreef een roman over zijn beroemde circusfamilie (Het geheim van Carré bij AtlasContact). Hij publiceert in onder meer Het Parool, Metro en Leven in Frankrijk.

Google+