De kapperstoel van Molière

Vlakbij Montpellier, in het zonnige Zuid-Frankrijk, ligt het plattelandsdorpje Pézenas. Bij de barbier op het marktplein stond de vaste stoel van Molière, de oervader van de moderne komedie.

Het is twaalf uur in de middag in Pézenas. De rolluiken gaan omlaag, de hete Zuid-Franse middag begint. Een paar duiven drinken uit een monumentale fontein, een kat ligt te maffen op een motorkap. Verder is er geen kip te zien. Zo verloopt de dag in het Franse zuiden.

Het mag nu dan een slaperig stadje zijn, maar in de 17de eeuw was Pézenas de hoofdstad van de Languedoc. Pézenas lag namelijk precies in midden van deze provincie -toen de grootste van Frankrijk- en op een kruispunt van grote wegen. Franse provincies waren autonoom en mochten zelf hun zaakjes regelen. Als Parijs invloed wilde uitoefenen, dan moest de Franse koning maar langskomen.

Pézenas: Koninklijke hoofdstad van Frankrijk

Lodewijk de Veertiende kwam dan ook meer dan eens op bezoek in Pézenas en als de Zonnekoning hier resideerde, dat was dit de hoofdstad van Frankrijk. Om dicht bij die macht te zijn, lieten veel edelen hier in de 17de eeuw een ‘hotel de ville’ bouwen. In het stadje, met zijn smalle steegjes, staan 35 van dit soort stadspaleizen. Ze zijn gebouwd als kastelen en zo hoog dat de zonnestralen de straat niet raken. Het is een soort mini-Parijs tussen de Zuid-Franse wijngaarden.

In het kielzog van de macht reisde een leger aan lakeien, gelukszoekers, kwakzalvers, goochelaars, beambten en reizende toneelgezelschappen, troupes geheten. Zoals dat van ene Jean-Baptiste Poquelin uit Parijs.

“Poquelin was gevlucht uit Parijs, waar hij totaal mislukt was en financieel aan de grond zat”, vertelt Literatuurhistorica Christine Personnaz terwijl de mussen van het dak vallen van de hitte. “Hij was net begonnen aan zijn toneelcarrière. Maar er kwam geen hond kijken naar zijn voorstellingen en zijn schuldeisers wilden hem in de gevangenis gooien.”

Ellende is beter te verdragen onder de Zuid-Franse zon, dacht Poquelin. En inderdaad had hij hier meer geluk dan in het koude noorden. Al snel kwam hij namelijk onder de bescherming van de lokale machthebber, de prince de Comte. “Rijke edelen wilden altijd goede sier maken en elkaar de loef afsteken”, aldus Personnaz. “Een eigen toneelgezelschap was natuurlijk je-van-het.”

De prins werd drie jaar lang de mecenas van Poquelin. De noordeling zette zijn financiële zaakjes op orde, schudde zijn verleden van zich af en verrees als een fenix uit de as. Met een frisse blik op de toekomst veranderde zijn naam: voortaan zou hij Molière heten.

Molière in Pézenas

Hij begon overal op te treden: in de vele hotels de ville, in het buitenverblijf van de prins even buiten de stad (waar edelen meestal hun maitresses onderhielden), maar vooral op zaterdag op de markt. “Dat was de plek om te zien en gezien te worden. Iedereen kwam daar, alle rangen en standen”, vertelt Personnaz. “En de beste plek was bij de barbier op het plein.”

Molière had bij barbier Gely een vaste stoel. Het pand staat er nog steeds en is bijna onveranderd. Vanaf deze plek midden in het dorp kon hij rustig mensen observeren. Alle menselijke karakters en hartstochten kwamen hier voorbij.

“Gierigheid, verkwisting, schaamteloze ondeugd, vrouwelijke berusting, hypocrisie, gemaakte vriendelijkheid, ijdelheid, oplichting, misantropie, harteloosheid, pedanterie, arrogantie, om maar wat te noemen”, vertelt Personnaz. “Het was een microkosmos van het Frankrijk van de 17de eeuw.” Molière gebruikte het allemaal voor zijn toneelstukken.

En voor zijn grote masterplan: zijn comeback in Parijs. Toen hij na twaalf jaar in het zuiden met zijn Illustre Theatre naar de hoofdstad terugkeerde, was hij volwassen. Hij had een professioneel gezelschap, ervaring, regie, sterke stukken. Zijn terugkeer was als de natte droom van elke toneelspeler. Van spelen in achterafzaaltjes in Jeu de Paume was geen sprake meer. Hij trad op voor Louis XIV zelf in Versailles, kwam in de gunst van de koning, schreef, speelde en regisseerde aan de lopende band en werd overal met luid gejuich onthaald.

Zijn enorme succes is te danken aan zijn revolutionaire vernieuwingen, aldus Personnaz en de meeste literatuurkenners zijn het met haar eens. Voor Molière keek de adel naar houterige namaak van antieke spelen. Acteurs hadden stijve teksten en gezwollen dialogen. Het volk keek naar Italiaanse en Spaanse ‘farces’ en ‘sotties’, slapsticks met lachen-gieren-brullen.

Molière lanceerde iets heel nieuws, aldus Personnaz. “Fris en echt toneel, met personages die normaal praten en geloofwaardig zijn, omdat ze op echte mensen waren geïnspireerd: betweters, leugenaars, hypocrieten, mensen die zich beter voordoen dan ze zijn.”

Ook nieuw was dat Molière alles op de hak nam. “De kerk, de adel, de wetenschappers, dokters, iedereen moest het ontgelden.” Molière maakte overal vijanden en de kerk liet zijn werk zelfs verbieden. En de koning, die vond het allemaal super grappig.

Na zijn dood werd Molière snel vergeten in de roerige 17de eeuw. Pas twee eeuwen later werd hij herontdekt, dankzij inspanningen van de inwoners van Pézenas. Sindsdien is de toneelmeester weer in ere hersteld. Elke scholier in Frankrijk speelt minstens een keer een stuk op school. In de originele tekst, want het verschil tussen 17de eeuws en modern Frans is klein.

De invloed van Molière op het toneel en de film valt niet te overdrijven, vindt Personnaz. “De mensen en situaties van Molière zijn van alle tijden. Tartuffe bijvoorbeeld gaat over politieke hypocrisie. Nou, dat stuk is helemaal op het heden van toepassing.“ Allemaal dankzij een kappersstoel in een stil Frans dorpje.

Reisinformatie Pézenas

Jan Hazevoet is wereldreiziger/journalist/fotograaf. Hij reisde naar meer dan honderdenveertig landen, trok heel Europa door op zoek naar Romeinse slagvelden en vocht tegen draken op de Galapagoseilanden . Hij woont momenteel in Amsterdam met kat (Nero) en vrouw (Moppie).

 

 

 

Google+