BUD-BUC

In het spoor van een obsessieve liefde langs de Hongaarse en Roemeense hoofdsteden

Deep into the night, around two a.m., I ended up on the Pest waterfront, where chilly gusts sharded the light on inky water. That’s where I saw him, through wind-teared eyes, in front of the Inter-Continental Hotel: a black form cut from darkness, topped by a fluorescently pale face; a nose like an enormous shield, over a pouty underlip; and eyes hollowed by hunger and fatigue
— The Romanian, Bruce Benderson

In “The Romanian” doet schrijver Bruce Benderson met schaamteloze eerlijkheid verslag van zijn onbeantwoorde liefde voor Romulus, een arme Roemeen die in Boedapest als een straathoer zijn lichaam verkoopt aan wie het hebben wil en wie het betalen kan.

Benderson raakt binnen de kortste keren geheel geobsedeerd en in het prachtige boek, dat in Frankrijk de Prix de Flore won, laat hij zien hoe hij, een gerespecteerde en intellectuele Amerikaanse schrijver, langzaam afglijdt tot ongekende diepten.

In zijn queeste de meer dan veertig jaar jongere Romulus voor hem te winnen gaat niets hem te ver. Hij maakt schulden zonder einde, raakt verslaafd aan codeïne en hoewel hij keer op keer door Romulus wordt bedrogen, lijkt het enkel zijn wens om minstens de vriendschap van de jongen voor zich te winnen, sterker te maken.   

Het boek speelt zich af op verschillende plekken tussen de Hongaarse en Roemeense hoofdsteden.

Boedapest

Wie er langere tijd niet meer is geweest zal opkijken van hoe westers en voortvarend Boedapest erbij ligt. De sporen van het communistisch verleden zijn nog maar sporadisch terug te vinden.

Boedapest © InterContinental Budapest

Boedapest © InterContinental Budapest

Van alle grote merken zijn er boetieks vertegenwoordigd, dure auto’s scheuren door de straten en de Corso, de Donau-oever voor het Inter-Continental Hotel, waar voorheen de jongenshoeren hun diensten aanboden, is schoongeveegd als een stoep na zware sneeuwval.

Aan de loketten van Keleti pályaudvar, het station vanwaar de treinen vertrekken naar Transsylvanië, staan lange rijen.

 Keleti pályaudvar © Joost Brantjes

 Keleti pályaudvar © Joost Brantjes

Als ik eindelijk een treinkaartje heb bemachtigd voor de reis naar Cluj Napoca, ben ik bijna blij dat de Hongaarse treinen nog niet zijn onderworpen aan de algehele westerse opknapbeurt die de stad elders heeft ondergaan.

In slakkengang reizen we door het vlakke Hongaarse landschap. Het passeren van de grens duurt een half uur en eenmaal in Roemenië valt op hoeveel armer het land is.

Opgehoopt vuil en vervallen huizen, wagens vol hooi die voortgetrokken door een mager paard het verkeer ophouden en jongens in vodden die langs de spoorweg spelen.

Cluj

Cluj daarentegen lijkt deze armoede ontvlucht te zijn. De brede boulevards zijn schoon en op het centraal gelegen Mihai Viteazulplein staat het standbeeld van de voormalige Hongaarse koning Matthias Corvinus naast de imposante Sint-Michaelkathedraal.

Wanneer Bruce al diep verwikkeld is in zijn obsessie voor Romulus stelt hij voor naar diens geboorteplaats Sibiu te gaan. Hij wordt er met open armen ontvangen door Romulus’ familie. De onmogelijkheid om met de rest van de familie een gesprek te voeren, leidt tot hilarische beschrijvingen.

Moeder Floritchica neemt hem apart in de keuken en overhandigt een briefje in steenkolen Engels. Ook zíj zit krap bij kas. Zoon Renei is geestelijk ziek en heeft medicijnen nodig en zelf heeft ze twee maanden huurachterstand. Met zevenduizend dollar zou ze al enorm geholpen zijn.

Geen van de familieleden heeft door dat Romulus zich door Bruce laat betalen voor seks. Zo niet Elena, de geblondeerde vriendin aan wie Bruce al ras een hartgrondige hekel heeft. Zij voelt nattigheid. Romulus dwingt ze te kiezen voor haar of voor de zoveel oudere Amerikaan. Na wat strubbelingen weet Romulus echter al snel weer who butters his bread.

Europese Hoofdstad van Cultuur

Sibiu was in 2007, samen met Luxemburg, Europese Hoofdstad van Cultuur. Met schier oneindige EU-bijdragen werden huizen opnieuw gepleisterd in verschillende pastelkeuren, straten werden geplaveid en concerten en andere evenementen lokten bezoekers waarvan het gros de plaats op een blinde kaart niet zou kunnen aanwijzen.

’s Avonds blijkt hoeveel anders Roemenen dan Hongaren zijn. Het Latijnse karakter uit zich in een uitbundig uitgaansleven waar jongeren nog altijd dansen op Pink Floyd en Boney M.

In Chill Out, een club in een kelder vol halvemaanbogen, wordt gedanst tot het ochtendgloren en op de tafel in discotheek Liquid staat een jongen met zijn billen te draaien. Als geen ander weet hij dat zijn vale spijkerbroek onder zijn gespierde haarloze torso niet alleen bij de aanwezige vrouwen de aandacht trekt.

Overdag blijkt Sibiu een harmonisch gerestaureerde plaats waar kleine stegen concentrisch een weg banen om de centraal gelegen pleinen, Piaţa Mare en Piaţa Mică. Het gehele centrum werd in 2004 door UNESCO tot Wereld Erfgoed Monument benoemd.

Sibiu © Joost Brantjes

Sibiu © Joost Brantjes

Omdat Benderson met geen mogelijkheid Romulus uit Roemenië kan krijgen, rest hem niets anders zelf naar Boekarest te gaan. Hij wil er wonen met Romulus en, beseffend dat dit een dure hobby wordt, neemt hij een grote vertaalopdracht aan.

De schrijver, in de literaire kringen van de Verenigde Staten geroemd voor zijn intellect en scherpe denkvermogen, kan de schoorsteen van zijn onbeantwoorde liefde alleen nog rokende houden door de autobiografie van Céline Dion uit het Frans in het Engels te beantwoorden.

De deadline is moordend. Uitsluitend door zestien uur per dag achter zijn laptop te zitten kan het hem lukken het boek, waarvan de stupide teksten hem tot wanhoop drijven, op tijd vertaald te hebben. Romulus deert het niet. Onophoudelijk vraagt hij geld om te drinken met zijn nieuw gevonden vrienden in de Roemeense hoofdstad.

Parijs van het Oosten

Dit jaar lijken alle internationale reisbladen een deal te hebben gemaakt. Europa’s hipste hoofdstad is Boekarest. Iedereen die mee wil tellen, doet er goed aanzo snel mogelijk een weekendtrip te boeken.

Mijn eerste doel in de stad is Casa Poporului, ofwel: Het Paleis van het Volk. Inderdaad, ironie is Roemenen niet vreemd; alleen het Pentagon is groter. De Ceaucescu’s hadden een droom. Dat daar twintig procent van de stad voor moest worden weg gewalst, deerde Nicolae en Elena niet.

Het gebouw is een suikertaart van een omvang dat megalomaan als beschrijving een understatement is. Zevenhonderd architecten werkten aan het gebouw dat met uitsluitend Roemeense bouwmaterialen is gebouwd.

Tijdens de rondleiding trakteert de gids je op duizelingwekkende superlatieven wat betreft de gebruikte hoeveelheden kristal, marmer en eikenhout. De zalen met hun metershoge plafonds overtreffen elkaar in smakeloosheid en de revolutie van 1989 kwam maar net op tijd om te voorkomen dat in de grootste zaal twee metershoge portretten van Nicolae en Elena uit marmer zouden verrijzen.

Maar zodra je het paleis hebt verlaten, komt Boekarests charme naar boven. De bijnaam Parijs van het Oosten is weliswaar overdreven maar, zeker in de binnenstad, zijn wijken vol architectuur van rond de eeuwwisseling, intieme orthodoxe kerken waar gesluierde vrouwen staande hun gebeden prevelen en stadsvilla’s die je eerder in Napels of Barcelona zou verwachten.

Geschoten wild

In Boekarest onderbreekt Bruce op een avond zijn vertaalwerkzaamheden. Romulus ligt weer lusteloos en kettingrokend op de bank tv te kijken en hij besluit hem mee te nemen naar Burebista Vânătoresc, een restaurant gespecialiseerd in wild.

De talloze dierenkoppen en geweien aan de muur, de berenhuid die een kleed op de grond vormt, het zijn voorbodes voor Bruce dat zijn liefde nooit zo zal zijn als hij het zich had voorgesteld. Maar op weg naar huis komt hij alweer tot inkeer, ongeacht de talloze metaforen die tijdens het diner door zijn hoofd zijn geschoten.

Zodra ik het restaurant binnenstap, begrijp ik wat de schrijver moet hebben gedacht. Er hangt zoveel geschoten wild aan de muur en er staan zoveel opgezette beesten in elke hoek, dat je je afvraagt of er nog iets van fauna is overgebleven in de bossen van Roemenië. Kennelijk wel, want de menukaart biedt hert en beer, fazanten en patrijzen en eigenlijk alles wat door de bossen struint of over de bomen vliegt.

Serveersters in stoeipakjes die je eerder in een zeventigerjaren Alpenfilm verwacht, rennen af en aan met grote pullen bier. Een zigeunerorkest zweept de aanwezige klanten op. De zangeres haalt huilerig uit en een violist speelt alsof hij zijn instrument in tweeën wil zagen.

De bestelde berenragout blijkt goed te smaken hoewel het een raar idee blijft dat zijn opgezette broer me vanuit de hoek van het restaurant aanstaart.

Avond in Boekarest

Mijn laatste avond in Boekarest besluit ik het gebrekkige homo nachtleven te willen ontdekken. Met in de ene hand een plattegrond waarvan de naden scheuren en in de andere het adres van de enige bar die op dinsdagavond open is, loop ik verwaald door de straten.

Wanneer ik een trap afloop en in de donkere ruimte plaatsneem aan de bar, valt op hoe weinig mannen er zijn. Ik tel er niet meer dan twaalf. Van een kwart van hen vermoed ik dat ze gezien hun alcoholische aardbeineuzen hier dagelijks aan de bar hangen en er zelfs hun post laten bezorgen.

Wanneer een jongen van voor in de twintig me lachend aankijkt vanachter eindeloze wimpers, denk ik nog een keer aan Bruce Benderson en zijn onmogelijke liefde die hem bijna ten gronde richtte.

Zou het mij ooit kunnen overkomen dat ik blind en wanhopig een man achterna ga? Ik vraag de jongen wat hij drinkt.

“Gin tonic”’ zegt hij, en lacht een rij stralend witte tanden bloot.

 

Joost Brantjes Op zijn veertigste verruilde Joost Brantjes een carrière als purchasing manager bij een Japanse touroperator voor een schrijvend en fotograferend bestaan als reisjournalist. Tien jaar later heeft hij 96 landen bezocht en is hij nog lang niet uitgereisd.


Google+