Literair Paspoort Aristide von Bienefeldt

Aristide ©  Raphaël C

Aristide ©  Raphaël C

Naam: Von Bienefeldt (pseudoniem van De Jong)

Voornaam: Aristide (pseudoniem van Rijk)

Nationaliteit: Nederlandse

Geboorteplaats: Rotterdam

Geslacht: Man

Sterrenbeeld: Schorpioen

Lengte: 185 cm

Kleur ogen: Blauw, soms grijsblauw.

Beroep: Schrijver, full time

 

 

Wat is uw huidige gemoedstoestand?

Blijmoedig. Dat kan ook niet anders. Ik word niet elke dag gevraagd om een literair paspoort te schrijven.

Waarover gaat het laatste boek dat u schreef?

Mijn laatste boek, En weer zat er een Paul Newman in de keuken, is een autobiografische roman, het gaat over de euvels waarmee een kleine man te maken krijgt als De Staat hem de oorlog verklaart. De kleine man ben ik, en de oorlog is de mogelijke afbraak van mijn geboortehuis en het lot van mijn moeder die daar nog steeds woont. Transparantie is een illusie, concluderen wij. En: voor de moderne bewindvoerder heeft het leven van een individuele burger net zoveel waarde als een derdehands stofdoek die zijn carrière begon als feestbloes voor oma’s 90ste verjaardag: helemaal niets. En weer zat er een Paul Newman in de keuken verschijnt later dit jaar.   

Welke plek op de wereld heeft u en uw werk het meest beïnvloed?

Parijs, toch wel. Ik heb er bijna twintig jaar gewoond. De aanleiding van mijn, als ik het zo kan noemen, emigratie was een roman die ik in de jaren zeventig las: De goden zijn dorstig, van Anatole France. Het boek speelt in de tijd van de Franse Revolutie. Mijn afkeer van de monarchie was zo sterk dat ik in een land wilde wonen dat korte metten gemaakt had met zijn monarchen door ze – hoe romantisch wil je het hebben? – een kopje kleiner te maken. Ik heb nooit spijt gehad. Parijs is de trouwste van alle geliefden: ze mist geen enkele afspraak en haar geduld is oneindig. 

Raakt u literair opgewonden van een huis waarin een schrijver heeft gewoond?

Vroeger wel, ik kon uren rondhangen in de woningen van Balzac, van Hugo, ik heb zelfs een keer opgesloten gezeten in de lift waarmee Proust elke dag naar beneden (en naar boven) ging, maar tegenwoordig ben ik meer geïnteresseerd in de huizen van beroemde  romanpersonages. Neem bijvoorbeeld nummer 132 van boulevard Richard Lenoir. Zo op het eerste gezicht een doodnormaal Parijs’ woongebouw, maar als je ’s ochtends vroeg op een bankje aan de overkant gaat zitten, zul je op enig moment een middelbare heer – lange, grijze jas, hoed – naar buiten zien komen. Het is inspecteur Maigret, en hij is op weg naar place des Vosges, waar Georges Simenon op hem zit te wachten met koffie en croissants, om hem uit te horen over die zaak van dat vermoorde meisje en de biseksuele conciërge. Een schrijver leeft niet voort in de muren die hem beschermden tijdens zijn leven, of in de voorwerpen die hem omringden, hij leeft voort in zijn personages.

Wie zijn uw helden?

Beau Brummell (1), omdat iemand eens tegen me zei: ‘U doet me aan Beau Brummell denken.’ Toen ik vroeg of hij hem gekend had, antwoordde hij: ‘Dat sluiten wij niet uit.’ Françoise Dorléac (2), omdat deze actrice alleen nog beweegt in zwart-wit en technicolor en (3) Richard Swiveller, een personage van Dickens van wie je zou willen dat hij je ten huwelijk vroeg. In The Old Curiosity Shop heeft hij zoveel schulden dat hij altijd een notitieboekje bij zich draagt waarin hij de namen optekent van straten waar hij zich niet meer kan vertonen. Op een keer, na een diner met een vriend, zegt hij: ‘Met deze maaltijd sluit ik Long Acre af.’ En, zijn notitieboekje opbergend: ‘Ik denk dat ik vanavond Strand ga afsluiten met een paar handschoenen.’ 

Welke schrijver of welk boek wilt u nog eens nareizen?

Geen enkele, ik vrees dat ik heel erg teleurgesteld zou worden, en me voortdurend kapot ergerde aan de veranderingen die al die schitterende literaire landschappen de afgelopen eeuwen ondergaan hebben. Een film bekijken die gebaseerd is op een boek dat je gelezen hebt, valt ook tegen. Herlezen is altijd beter dan nareizen. 

Welke boeken leest u het liefst op reis?

Mijn eigen boeken, waarin ik dan eindeloos correcties aanbreng, om ze vervolgens te laten liggen als cadeautje voor een onbekende reiziger die mijn plaats inneemt als ik mijn bestemming bereikt heb. Soms schrijf ik er een opdracht bij: ‘Met de groeten van Aristide.’ Of: ‘Ik vertrouw u dit oeuvre toe. Zorg er goed voor.’ 

Wat neemt u altijd mee in uw koffer?

Een pruik, een zonnebril en een tube anti-couperose crème. 

Wat is uw ergste reiservaring?

Een blind date in Nantes, jaren geleden. Ik kwam uit Parijs, liep de straat in die mij opgegeven was op zoek naar het nummer (27) dat zich – logischerwijs – moest bevinden tussen 25 en 29. Zowel het nummer als het gebouw bestonden niet. Ik vermoedde meteen dat iemand mij in de maling nam, toch belde ik voor de zekerheid het telefoonnummer dat me ook gedicteerd was, ik kon niet uitsluiten dat er een vergissing speelde. Net als het straatnummer, bleek ook het telefoonnummer niet te bestaan. Ik ben er nooit achter gekomen wie mij deze onfortuinlijke reis naar Nantes heeft laten maken. Een vijand? Een vriend? 

Wat is uw devies?

Wees vertrouwd, maar vertrouw niemand.

Google+